bedaren

als woordenboektrefwoord:

bedaren:
(bedaard), tot rust komen of brengen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bedaren (ww):
afkoelen, afnemen, dimmen, gaan liggen, kalmeren, luwen, rustig worden, stil worden, tot rust komen, verminderen, verstommen, zich matigen
bedaren (ww):
sussen, verflauwen

als synoniem van een ander trefwoord:

afnemen (ww) :
achteruitgaan, aflopen, afzakken, bedaren, dalen, gaan liggen, inkrimpen, luwen, minder worden, minderen, ophouden, slinken, tanen, teruglopen, uitdoven, verflauwen, verminderen, verslappen, zakken
minderen (ww) :
afnemen, bedaren, dalen, matigen, slinken, tanen, verlopen, verslappen
luwen (ww) :
afnemen, bedaren, kalmeren, verminderen
kalmeren (ww) :
afkoelen, bedaren

woordverbanden van ‘bedaren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedaren, gaan liggen

Bedaren — gaan liggen. Het in kracht afnemen van den wind. Bedaren is eigenlijk het rustig worden na groote beweging en woede, en wordt b.v. gezegd van een hevigen wind of storm, die vermindert; gaan liggen van een wind van iedere sterkte, die zoodanig vermindert, dat het stil wordt.

in hedendaagse spelling:
bevredigen, bedaren, stillen, verzoenen

Bevredigen — bedaren — stillen — verzoenen. Terwijl bevredigen, stillen en verzoenen transitief gebruikt worden, wordt bedaren niet anders dan intransitief gebruikt. Om het transitieve hiervan uit te drukken bezigt men doen bedaren of tot bedaren brengen. Stillen is de rust doen wederkeeren. Jezus stilde den storm. Bedaren is het langzamerhand afnemen van beweging, van onrust. Het weder bedaart. Bevredigen en ver zoenen kunnen alleen van personen gebezigd worden. Bevredigen is onrustige gemoederen tevreden stellen; verzoenen zegt meer, en onderstelt het geheel wegnemen van datgene, wat de goede verstandhouding tusschen twee partijen verstoorde. Het gebruik dezer woorden blijkt voorts uit den volgenden zin: Zoodra het oproer gestild was, en de gemoederen eenigszins tot bedaren waren gekomen, trachtte de regeering hare tegenstanders te bevredigen, en reikte hun de hand der verzoening.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bedaren, gaan liggen

BEDAREN, GAAN LIGGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 216.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
doen bedaren

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0033 c