sturen

als woordenboektrefwoord:

sturen:
(gestuurd), zenden ; besturen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

sturen (ww):
doen toekomen, expediëren, insturen, inzenden, opsturen, overseinen, seinen, toesturen, versturen, verzenden, zenden
sturen (ww):
dirigeren, laveren, leiden, loodsen, manoeuvreren, navigeren, richten, stevenen, varen, wenden
sturen (ww):
bedienen, besturen, de leiding hebben over, reguleren

als synoniem van een ander trefwoord:

beheersen (ww) :
besturen, beteugelen, bezitten, controleren, de baas spelen over, de baas zijn, domineren, heersen, onderdrukken, overheersen, regeren, sturen
leiden (ww) :
beheren, besturen, de leiding hebben over, exploiteren, managen, runnen, manoeuvreren, regeren, sturen, uitbaten
rijden (ww) :
besturen, bollen, chaufferen, karren, mennen, sturen, voeren
richten (ww) :
adresseren, sturen, toesturen, zenden
beïnvloeden (ww) :
sturen, verleiden, verlokken
vestigen (ww) :
richten, sturen, wenden
navigeren (ww) :
sturen
zenden (ww) :
sturen

woordverbanden van ‘sturen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
sturen, zenden

205. Sturen — zenden.

Iets (iemand) ergens heen laten gaan.

Sturen ziet vooral op het verwijderen: een bedelaar

wegsturen; stuur de meid weg, zij beluistert ons;

bij zenden denkt men meer aan een bepaald doel: Een

afgevaardigde zenden. Een boek op zicht zenden.

(Evenwel wordt zenden in de spreektaal meer door sturen vervangen.)

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
stuur

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c