zenden

als woordenboektrefwoord:

zenden:
(gezonden), doen gaan ; sturen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zenden (ww):
doorseinen, overseinen, uitzenden
zenden (ww):
dirigeren
zenden (ww):
overmaken
zenden (ww):
sturen

als synoniem van een ander trefwoord:

sturen (ww) :
doen toekomen, expediëren, insturen, inzenden, opsturen, overseinen, seinen, toesturen, versturen, verzenden, zenden
overmaken (ww) :
doorgeven, doorspelen, overbrengen, toesturen, toezenden, voorleggen, zenden
richten (ww) :
adresseren, sturen, toesturen, zenden
afvaardigen (ww) :
delegeren, deputeren, zenden
insturen (ww) :
retourneren, zenden

woordverbanden van ‘zenden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

in hedendaagse spelling:
sturen, zenden

205. Sturen — zenden.

Iets (iemand) ergens heen laten gaan.

Sturen ziet vooral op het verwijderen: een bedelaar

wegsturen; stuur de meid weg, zij beluistert ons;

bij zenden denkt men meer aan een bepaald doel: Een

afgevaardigde zenden. Een boek op zicht zenden.

(Evenwel wordt zenden in de spreektaal meer door sturen vervangen.)

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

in het Verwarwoordenboek van Jan Renkema:
synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0023 c