koersen

als woordenboektrefwoord:

koersen:
(gekoerst), de koers richten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

koersen (ww) :
ramen, schatten
koersen (ww) :
klaarspelen
koersen (ww) :
racen

als synoniem van een ander trefwoord:

gaan (ww) :
handelen, reizen, trekken, komen, fietsen, inslaan, lopen, keren, koersen, bewegen, varen, rijden, kenteren, zich voortbewegen, zich bewegen, zich begeven, tiegen, doorreizen, tijgen
schatten (ww) :
koersen, ramen, waarderen, overzien, taxeren, mikken, evalueren, rooien, begroten, beramen, estimeren, censeren
ramen (ww) :
berekenen, koersen, waarderen, schatten, taxeren, mikken, gissen, rooien, begroten
rennen (ww) :
hardlopen, racen, hollen, jagen, koersen, draven, stuiven, runnen, snellen
zich meten (ww) :
strijden, koersen, meedingen, rivaliseren, wedijveren, mededingen
evalueren (ww) :
vaststellen, koersen, ramen, schatten, keuren, taxeren, begroten

woordverbanden van ‘koersen’ grafisch weergegeven

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.003 c