gissen

als woordenboektrefwoord:

gissen:
(gegist), veronderstellen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gissen (ww):
gokken, raden, ramen, schatten, vermoeden

als synoniem van een ander trefwoord:

veronderstellen (ww) :
aannemen, assumeren, gissen, imagineren, menen, raden, speculeren, supponeren, vermoeden, vooronderstellen, zich inbeelden, zich voorstellen
vermoeden (ww) :
bevroeden, denken, geloven, gissen, menen, presumeren, veronderstellen, verwachten
ramen (ww) :
begroten, berekenen, gissen, koersen, mikken, rooien, schatten, taxeren, waarderen
denken (ww) :
geloven, gissen, menen, vermoeden, veronderstellen, verwachten, vinden
speculeren (ww) :
gissen, raden, veronderstellen
raden (ww) :
gissen

woordverbanden van ‘gissen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
gissen, raden, vermoeden, veronderstellen

Gissen — raden — vermoeden — veronderstellen. Zijne gedachten uiten omtrent den toestand of het bestaan van iets, waaromtrent men geene zekerheid heeft. Neemt men iets als zeker aan, dat men weet dat niet bewezen is, dan stelt men het als zeker en wil, van deze onderstelling uitgaande, verder door redeneering tot de waarheid trachten te komen. Bij vermoeden heeft men voor zijne onderstelling altoos eenige subjectieve zekerheid, bij raden dikwijls niet de allerminste. De beteekenis van gissen houdt tusschen die van vermoeden en raden het midden. Terwijl raden altijd eene uiting der gedachte betreft, kunnen veronderstellen, vermoeden en gissen ook eene niet uitgesproken gedachte betreffen. Wij ver moeden dat de zaak zóó loopen zal (wij maken dat b v. uit eene vroegere ervaring op). Wat raadt gij: even of oneven? De reden uwer komst meen ik te kunnen gissen (uwe omstandigheden kennende, kan ik vermoeden, wat u tot mij voert).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
gissen, veronderstellen, vermoeden

75. Gissen — veronderstellen — vermoeden.

Iets voor waarschijnlijk houden, hoewel men geen voldoende zekerheid heeft.

Neemt men iets als zeker aan, dat nog niet bewezen is, dan spreekt men van veronderstellen, meestal om er gevolgtrekkingen uit te maken. Daar ik veronderstel, dat hij eerlijk is, durf ik hem wel in mijn dienst nemen. Men veronderstelt, dat het licht een trilling van den aether is. Heeft men eenige zekerheid omtrent de waarheid, van wat men veronderstelt, dan spreekt men van vermoeden. De geleerden vermoeden, dat in den loop der lijden de bodem van ons land gedaald is; men heeft ten minste in Holland op vrij groote diepte hoornen gevonden, die alleen in drogen grond konden groeien.

Gissen drukt uit, dat men uit de vele veronderstellingen de waarschijnlijkste kiest. Het bevreemdt mij wel, dat hij niet gekomen is; ik gis echter, dat hij plotseling ongesteld is geworden (d.i. ik heb er wel geen enkel bewijs voor, maar daar hij anders nooit wegblijft, zou ik die veronderstelling voor de waarschijnlijkste houden).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dunken, gissen, onderstellen, vermoeden

DUNKEN, GISSEN, ONDERSTELLEN, VERMOEDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 127.

in hedendaagse spelling:
raden, gissen

RADEN, GISSEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 118.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
gis

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c