dunken

als woordenboektrefwoord:

dunken:
(mij dunkt, mij dacht en docht), een mening hebben over iets.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

lijken (ww) :
dunken, schijnen, toeschijnen, voorkomen
schijnen (ww) :
dunken, lijken, toeschijnen, voorkomen

woordverbanden van ‘dunken’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dunken, lijken, schijnen, toeschijnen, voorkomen

Dunken — lijken — schijnen — toeschijnen — voorkomen. Schijnen is eigenl. licht afgeven (de zon schijnt); daarnaast heeft het de beteekenis gekregen van: den schijn geven van, het voorkomen, den vorm, het uiterlijk hebben van iets. In deze beteekenis staat het gelijk met lijken, waarmee het dan ook door elkander wordt gebruikt. Beide woorden zijn iets minder subjectief dan voorkomen, eig. voor den dag, op den voorgrond komen, dat de waarde van het oordeel nog af laat hangen van de juistheid waarmede het oog ziet. Bij dunken geeft men te kennen dat de oordeelvelling, die men uitspreekt, niet op voldoende of goede gronden steunt; het drukt op zich zelf dus reeds uit, dat hetgeen men zegt, het gevolg van eene gebrekkige oordeelvelling is.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dunken, gissen, onderstellen, vermoeden

DUNKEN, GISSEN, ONDERSTELLEN, VERMOEDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 127.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
dunk

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c