rennen

als woordenboektrefwoord:

rennen:
(gerend), zeer snel lopen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

rennen (ww):
draven, hardlopen, hollen, jagen, koersen, racen, runnen, snellen, stuiven

als synoniem van een ander trefwoord:

snellen (ww) :
hardlopen, ijlen, jagen, racen, rennen, reppen, spoeden, stormen, stuiven, vliegen, zich haasten, zich spoeden
hollen (ww) :
draven, hardlopen, ijlen, racen, rennen, reppen
lopen (ww) :
hardlopen, hollen, rennen, snellen
stuiven (ww) :
rennen, schieten, snellen, vliegen
sjezen (ww) :
rennen, sprinten, spurten
schieten (ww) :
rennen, snellen, vliegen
jagen (ww) :
haasten, racen, rennen
glippen (ww) :
rennen, schieten
draven (ww) :
hollen, rennen

woordverbanden van ‘rennen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
ritten, rennen, rossen, rijden, mennen, jagen, galopperen, draven, doorslaan

RITTEN, RENNEN, ROSSEN, RIJDEN, MENNEN, JAGEN, GALOPPEREN, DRAVEN, DOORSLAAN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 148.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
ren

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c