stormen

als woordenboektrefwoord:

stormen:
(gestormd), heftig waaien.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

stormen (ww):
schieten, snellen, vliegen
stormen (ww):
bulderen, razen, woeden

als synoniem van een ander trefwoord:

snellen (ww) :
hardlopen, ijlen, jagen, racen, rennen, reppen, spoeden, stormen, stuiven, vliegen, zich haasten, zich spoeden
bulderen (ww) :
brullen, daveren, donderen, dreunen, fluiten, gieren, razen, rommelen, stormen, tekeergaan, tieren
vliegen (ww) :
flitsen, racen, razen, scheren, schieten, snellen, spoeden, stormen, stuiven, suizen, zoeven
razen (ww) :
spartelen, stormen

woordverbanden van ‘stormen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
blazen, waaien, stormen, bulderen, brommen, grommen, knorren, ronken, snorren, pochen, stoffen, snoeven, snuiven, niezen, kuchen

BLAZEN, WAAIJEN, STORMEN, BULDEREN, BROMMEN, GROMMEN, KNORREN, RONKEN, SNORREN, POGCHEN, STOFFEN, SNOEVEN, SNUIVEN, NIEZEN, KUGCHEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 82.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
storm

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c