gieren

als woordenboektrefwoord:

gieren:
(gegierd), schreeuwen, gillen.
gieren:
(gegierd), schommelen,zwaaien.
gieren:
(gegierd), schuin lopen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gieren (ww):
gillen, huilen, janken, loeien
gieren (ww):
bemesten

als synoniem van een ander trefwoord:

lachen (ww) :
brullen, bulken, giechelen, gieren, ginnegappen, glimlachen, grinniken, proesten, schateren, schaterlachen
bulderen (ww) :
brullen, daveren, donderen, dreunen, fluiten, gieren, razen, rommelen, stormen, tekeergaan, tieren
loeien (ww) :
brullen, bulken, gieren, huilen, zingen
fluiten (ww) :
gieren, zingen
gillen (ww) :
gieren

woordverbanden van ‘gieren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Deze vijf woorden worden gezegd van het krachtig geluid, veroorzaakt door een hevigen wind. Bij bulderen is de windkracht zeer ongelijk, al naar mate de vlagen sterker zijn buldert de wind harder. Onder razen verstaat men moer het geregeld sterke geluid b.v. in den schoorsteen, terwijl men bij huilen meer het oog heeft op het onaangename, hoog klinkende geluid van den wind; van een scherper geluid gebruikt men gieren, terwijl men aan fluiten een nog hoogeren snerpenden toon verbindt.

Een schel stemgeluid doen hooren. Schreeuwen kan nog gearticuleerd zijn. Gieren en, nog sterker, gillen geven het uitbrengen van een onaangenaam, hoog stemgeluid te kennen. Krijten en krijschen drukken hetzelfde uit, maar krijten met de bijgedachte van smart, terwijl krijschen soms de bijgedachte van boosheid kan hebben.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, blz. 382:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
woordcombinaties:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c