daveren

als woordenboektrefwoord:

daveren:
(gedaverd), dreunen, schudden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

daveren (ww):
denderen, donderen, dreunen
daveren (ww):
bulderen, galmen

als synoniem van een ander trefwoord:

bulderen (ww) :
brullen, daveren, donderen, dreunen, fluiten, gieren, razen, rommelen, stormen, tekeergaan, tieren
dreunen (ww) :
bulderen, daveren, denderen, donderen, knallen, kraken, rommelen, trillen
donderen (ww) :
bulderen, daveren, uitvaren

woordverbanden van ‘daveren’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
daveren, dreunen, schudden, trillen

Daveren — dreunen — schudden — trillen. Ten gevolge van een schok in eene sterk golvende beweging verkeeren. Bij schudden is de beweging sneller en meer zichtbaar dan bij de beide andere woorden. De olifant schudt zijne ooren, dat zij klappen. De wind doet de hoornen schudden. Bij dreunen en daveren gaat de beweging gepaard met een sterk geluid. Bij daveren is het geluid klinkender, helderder dan bij dreunen. Het huis dreunt, het gebergte davert van een zwaren donderslag. Hij sloeg er op, dat het zoo daverde; een daverende jubelkreet. Van eene zeer lichte beweging met kortere golving kan men trillen gebruiken. Het trillen eener stemvork.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
daveren, dreunen, schudden, sidderen, trillen

DAVEREN, DREUNEN, SCHUDDEN, SIDDEREN, TRILLEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 21.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c