knallen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

slaan (ww) :
afranselen, afrossen, beuken, geselen, hameren, hengsten, houwen, kastijden, keilen, klappen geven, kleunen, knallen, knuppelen, kwakken, meppen, mishandelen, neuken, op de broek geven, pekken, petsen, raken, rammeien, rammen, ranselen, smakken, stampen, stompen, stoten, straffen, timmeren, treffen, turven, uithalen, vechten
smijten (ww) :
donderen, duvelen, flikkeren, gooien, kegelen, keilen, kieperen, kletsen, knallen, kogelen, kwakken, lazeren, mieteren, patsen, plenzen, slaan, slingeren, smakken, sodemieteren, werpen
ontploffen (ww) :
barsten, detoneren, exploderen, klappen, knallen, losbarsten, ploffen, springen, uit zijn vel springen, uiteenbarsten
exploderen (ww) :
klappen, knallen, losbarsten, ontploffen, ploffen, springen, uitbarsten, uiteenspatten, uiteenspringen
dreunen (ww) :
bulderen, daveren, denderen, donderen, knallen, kraken, rommelen, trillen
schieten (ww) :
de trekker overhalen, jagen, knallen, kogelen, paffen, vuren
klappen (ww) :
flappen, klapperen, knallen, meppen, slaan, smakken, tikken
poffen (ww) :
floepen, knallen, paffen, ploffen
ploffen (ww) :
exploderen, knallen, ontploffen
paffen (ww) :
knallen, schieten
smakken (ww) :
klappen, knallen

woordverbanden van ‘knallen’ grafisch weergegeven

zie ook:
knal

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0015 c