knallen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

slaan (ww) :
treffen, knallen, uithalen, stoten, vechten, stompen, meppen, mishandelen, rammen, raken, timmeren, smakken, klappen geven, beuken, straffen, hameren, stampen, neuken, knuppelen, turven, hengsten, afranselen, afrossen, kwakken, ranselen, kastijden, keilen, geselen, houwen, kleunen, petsen, op de broek geven, pekken, rammeien
smijten (ww) :
knallen, slingeren, slaan, smakken, werpen, gooien, kletsen, flikkeren, kegelen, donderen, kieperen, kwakken, plenzen, sodemieteren, lazeren, keilen, mieteren, kogelen, patsen, duvelen
ontploffen (ww) :
knallen, springen, uit zijn vel springen, exploderen, barsten, losbarsten, klappen, ploffen, detoneren, uiteenbarsten
exploderen (ww) :
ontploffen, knallen, springen, losbarsten, klappen, uitbarsten, ploffen, uiteenspringen, uiteenspatten
dreunen (ww) :
knallen, rommelen, kraken, trillen, donderen, denderen, bulderen, daveren
schieten (ww) :
knallen, jagen, vuren, paffen, kogelen, de trekker overhalen
klappen (ww) :
knallen, slaan, meppen, smakken, klapperen, tikken, flappen
poffen (ww) :
knallen, ploffen, paffen, floepen
ploffen (ww) :
knallen, ontploffen, exploderen
paffen (ww) :
knallen, schieten
smakken (ww) :
knallen, klappen

woordverbanden van ‘knallen’ grafisch weergegeven

woorden met een verwante vorm:

werkwoord
zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
woordcombinaties:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0194 nc