weerhouden

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

weerhouden (ww):
afhouden, beletten, ophouden, tegenhouden, terughouden, verhinderen
weerhouden (ww):
aanvaarden, selecteren, voordragen, voorstellen
weerhouden (ww):
buitenhouden, buitensluiten
weerhouden (ww):
bedwingen, inhouden

als synoniem van een ander trefwoord:

inhouden (ww) :
bedwingen, beheersen, beperken, beteugelen, betomen, in toom houden, intomen, matigen, onderdrukken, opkroppen, tegenhouden, temperen, verbijten, weerhouden
verhinderen (ww) :
belemmeren, beletten, couperen, stuiten, tegenhouden, tussenkomen, verijdelen, voorkomen, weerhouden
tegenhouden (ww) :
afwenden, afweren, indammen, keren, staande houden, stoppen, stuiten, weerhouden, weren
ophouden (ww) :
bezighouden, storen, tegenhouden, traineren, weerhouden
afhouden (ww) :
beletten, tegenhouden, weerhouden, weghouden

woordverbanden van ‘weerhouden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
beletten, verhinderen, tegenhouden, weerhouden, afhouden, terughouden

169. Beletten — verhinderen — tegenhouden of weerhouden — afhouden — terughouden.

Veroorzaken, dat iemand een of andere handeling niet kan verrichten.

Afhouden zegt, dat men iemand ergens vandaan houdt, zoodat hij niet met zijn daad kan beginnen. Een hond van zich afhouden. Wij hebben hem. van dit dwaze plan afgehouden.

Terughouden wijst er op, dat hij wel reeds bijna aan de behandeling begonnen is, maar dat hij door onze tusschenkomst niet verder kan komen. Slechts met groote moeite slaagde ik er in, hem nog ter elfder ure van die dwaze onderneming terug te houden.

Tegenhouden ziet er op, dat men iemand hindernissen in den weg legt (bij afhouden en terughouden gebruikt men meer dwang of overreding), evenals verhinderen (van hinder), zoodat men hem tracht te noodzaken van zijn plan af te zien; tegenhouden wordt van den persoon zelf gezegd, terwijl verhinderen meer slaat op de daad, die men wil voorkomen. Hij liet zich door al de bezwaren, die hem in den weg gelegd werden, niet tegenhouden, zijn plan te volvoeren. De veldheer tuist te verhinderen, dat de vijand hem in den rug aanviel.

Terwijl tegenhouden en verhinderen onderstellen, dat iemand reeds pogingen gedaan heeft om iets te bereiken, maar in de verdere voortzetting wordt gestuit, wijst be-

letten er op, dat hem zelfs die poging onmogelijk gemaakt is; het woord is dus sterker dan de eerste twee. De veldheer wist te beletten, dat de vijand hem in den rug aanviel.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

weerhouden
bevorderen, stimuleren

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c