betonen

als woordenboektrefwoord:

betonen:
(betoond), tonen; bewijzen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

uiten (ww) :
aan de dag leggen, aangeven, bekendmaken, betonen, betuigen, bewijzen, manifesteren, onder woorden brengen, openbaren, opperen, reveleren, ruchtbaar maken, slaken, spreken, spuien, tot uitdrukking brengen, uitbrengen, uitdrukken, uitslaan, uitspreken, uitstorten, uitstoten, vertolken, verwoorden, zeggen, ventileren, verkondigen
benadrukken (ww) :
aanzetten, accentueren, beklemtonen, betonen, de nadruk leggen op, hameren op, klemtoon leggen op, onderlijnen, onderstrepen, profileren
vertonen (ww) :
aan de dag leggen, betonen, etaleren, getuigen van, hebben, laten zien, tentoonspreiden, tentoonstellen, tonen, uitstallen
profileren (ww) :
aanzetten, accentueren, beklemtonen, benadrukken, betonen, hameren, onderlijnen, onderstrepen, tamboereren
aanzetten (ww) :
accentueren, beklemtonen, benadrukken, betonen, onderlijnen, onderstrepen
tonen (ww) :
aantonen, aanwijzen, betonen, duidelijk maken, bewijzen
bewijzen (ww) :
betonen, betuigen, demonstreren, tonen, laten zien
brengen (ww) :
betonen, presenteren

woordverbanden van ‘betonen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
betonen, betuigen, bewijzen

Betoonen — betuigen — bewijzen. Iemand iets doen blijken. Bij betuigen geschiedt dit in woorden; bij betoonen door woorden en daden; bewijzen drukt ongeveer hetzelfde uit als betoonen, maar er is meer het denkbeeld aan verbonden van overtuigend doen blijken. Men betuigt iemand zijn vriendschap door woorden; men betoont hem zijne vriendschap door eene voorkomende behandeling; men bewijst hem zijne vriendschap door zich moeite of opoffering te getroosten.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
betuigen, betonen, bewijzen

64. Betuigen — betoonen — bewijzen.

Zijn gevoelen doen blijken.

Betuigen geschiedt door verzekeringen, door verklaringen, dus door woorden. Hij betuigde mij in hartelijke bewoordingen zijn vriendschap.

Betoonen is sterker: het onderstelt, dat men door zichtbare teekenen, bijv. door daden, van zijn gevoelen blijk geeft. Hij betoonde mij zijn vriendschap, door mij in mijn ziekte vaak te bezoeken.

Bewijzen komt vrijwel met betoonen overeen; alleen is het iets sterker, doordat het doet denken aan overtuigende bewijzen. Hij bewees mij zijn vriendschap, door mij in den nood bij te staan.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
betonen, betuigen, doen blijken, bewijzen

BETOONEN, BETUIGEN, DOEN BLIJKEN, BEWIJZEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 326.

in hedendaagse spelling:
vleugelen, beteugelen, bedwingen, betonen, betemmen, bestrijden, tegengaan, keren, stuiten, stillen, dempen, stelpen, smoren

VLEUGELEN, BETEUGELEN, BEDWINGEN, BETOONEN, BETEMMEN, BESTRIJDEN, TEGENGAAN, KEEREN, STUITEN, STILLEN, DEMPEN, STELPEN, SMOREN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 221.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
zich betonen, betoon

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c