Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


aantonen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aantonen (ww):
aanwijzen, bewijzen, demonstreren, hardmaken, onderbouwen, staven, uitwijzen
aantonen (ww):
aanduiden, aangeven, laten zien, voordoen

als synoniem van een ander trefwoord:

aanwijzen (ww) :
aanduiden, aangeven, aantonen, benoemen, bepalen, demonstreren, indiceren, tonen, uitduiden, wijzen
bewijzen (ww) :
aantonen, documenteren, hardmaken, onderbouwen, staven, uitwijzen, waarmaken
aanduiden (ww) :
aangeven, aantonen, aanwijzen, afbakenen, markeren, wijzen, laten zien
uitwijzen (ww) :
aantonen, beslissen, bewijzen, laten zien, tonen, vertonen
tonen (ww) :
aantonen, aanwijzen, betonen, duidelijk maken, bewijzen
hardmaken (ww) :
aantonen, bewijzen, onderbouwen, staven
demonstreren (ww) :
aantonen, aanwijzen

woordverbanden van ‘aantonen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanwijzen, aantonen

Aanwijzen — aantoonen. Iemand iets doen zien, dat van belang voor hem is ovn te weten. Bij aanwijzen blijft de oorspr. beteekenis, het wijzen van de plaats, waar iets zich bevindt, altijd doorschemeren; bij aantoonen is het bestaan of de hoedanigheid van iets de hoofdzaak, en komt de plaats niet in aanmerking. Aanwijzen onderstelt bij dengene, wien iets wordt aangewezen, eene begeerte om te zien, aantoonen bij den aan-tooner eene begeerte om te doen zien. Aantoonen wordt daarom vaak gebezigd van zaken, die onaangenaam zijn voor hem, wien men ze aantoont. Men wijst iemand den weg aan om zijn doel te bereiken; men toont hem aan hoe hij moet handelen. De onderwijzer wees den leerling zijne fouten aan, en toonde hem meteen aan, waarom hei fouten waren.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanduiden, aanwijzen, aantonen

AANDUIDEN, AANWIJZEN, AANTOONEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 13.

in hedendaagse spelling:
aantonen, aanwijzen, doen zien, wijzen, toonen

AANTOONEN, AANWIJZEN, DOEN ZIEN, WIJZEN, TOONEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 62.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

aantonen
aanvallen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0045 c