bepalen

als woordenboektrefwoord:

bepalen:
(bepaald), vaststellen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bepalen (ww):
aanwijzen, bedingen, beklinken, beslissen, besluiten, bestemmen, decreteren, stellen, stipuleren, vastleggen, verordenen, verordineren, voorschrijven
bepalen (ww):
afbakenen, begrenzen, berekenen, constateren, determineren, instellen, kwantificeren, meten, nagaan, situeren, uitmikken, uitrekenen, vaststellen
bepalen (ww):
afhandelen, afspreken, afwikkelen, oplossen, overeenkomen, schikken
bepalen (ww):
beïnvloeden

als synoniem van een ander trefwoord:

vastleggen (ww) :
afspreken, beleggen, bepalen, boekstaven, fixeren, formaliseren, neerleggen, op papier zetten, opnemen, opschrijven, opslaan, optekenen, registreren, stipuleren, verhalen, vermelden
beslissen (ww) :
afspreken, bedisselen, beklinken, bepalen, berechten, beschikken, beslechten, besluiten, decideren, decreteren, oordelen, stellen, uitmaken, vaststellen
vaststellen (ww) :
beoordelen, bepalen, constitueren, definiëren, evalueren, kwantificeren, resolveren, stellen, uitmaken, uitschrijven, verordenen
besluiten (ww) :
beklinken, bepalen, beschikken, beslissen, concluderen, decideren, opmaken, oordelen, overeenkomen, resolveren, sluiten, uitmaken
afbakenen (ww) :
aanduiden, aanwijzen, afgrenzen, afpalen, afperken, afzetten, bepalen, beperken, demarqueren, traceren, uitstippelen, uitzetten
peilen (ww) :
aftasten, bepalen, doorgronden, gronden, lokaliseren, meten, onderzoeken, opnemen, polsen, sonderen, vaststellen
aanwijzen (ww) :
aanduiden, aangeven, aantonen, benoemen, bepalen, demonstreren, indiceren, tonen, uitduiden, wijzen
bestemmen (ww) :
aanwijzen, bedoelen, bepalen, beschikken, determineren, voorbeschikken, voorbestemmen
verordenen (ww) :
bepalen, bevelen, constitueren, decreteren, gelasten, instellen, voorschrijven
voorschrijven (ww) :
bepalen, bevelen, commanderen, decreteren, dicteren, gebieden, verordenen
stipuleren (ww) :
bedingen, bepalen, conditioneren, eisen, voorbedingen, voorschrijven
regelen (ww) :
behandelen, beklinken, bepalen, besturen, regisseren, vaststellen
uitrekenen (ww) :
becijferen, bepalen, berekenen, calculeren, uittellen, uitwerken
uitmaken (ww) :
bepalen, beslissen, besluiten, onderscheiden, vaststellen
situeren (ww) :
bepalen, plaatsen, vaststellen, zetten, zich afspelen
voorzien (ww) :
bepalen, uittrekken, vaststellen, voorschrijven
stellen (ww) :
bepalen, beslissen, vaststellen, voorschrijven
omschrijven (ww) :
aanduiden, bepalen, beschrijven, definiëren
oplossen (ww) :
afleiden, bepalen, deduceren, herleiden
uitmikken (ww) :
afpassen, bepalen, berekenen, uitkienen
meten (ww) :
bepalen, opmeten, opnemen, registreren
fixeren (ww) :
bepalen, vastleggen, vaststellen
determineren (ww) :
bepalen, bestemmen, vaststellen
definiëren (ww) :
begrenzen, bepalen, omschrijven
nagaan (ww) :
bepalen, uitmaken, vaststellen
afmeten (ww) :
bepalen, toemeten, vaststellen
prikken (ww) :
bepalen, vaststellen
uitschrijven (ww) :
bepalen, vaststellen
conditioneren (ww) :
bedingen, bepalen

woordverbanden van ‘bepalen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bepalen, vaststellen

Bepalen — vaststellen. Iets nauwkeurig aangeven, zoodat men weet waar men zich aan houden kan. Bepalen is door palen afzetten, en krijgt zoo verder de beteekenis van nauwkeurig opgeven of aanwijzen, vaststellen is aan iets wankelends stevigheid geven, derhalve maken dat iets vast staat, zeker is, en boven allen twijfel verheven. Een dag bepalen is dus juister dan een dag vaststellen, evenals den prijs vaststellen juister is dan den prijs bepalen; want in het eerste geval perkt men als het ware uit al de komende dagen één dag af, in het laatste geeft men aan den prijs, die iets onzekers en dobberends heeft, vastigheid. Op het bepaalde uur vergaderde de commissie om het programma der feestelijkheden vast te stellen. Een sterrenkundige bepaalt den duur van de aswenteling eener nieuw ontdekte planeet; hier o. a. kan men vaststellen niet gebruiken.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bepalen, vaststellen

BEPALEN, VASTSTELLEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 298.

in hedendaagse spelling:
beramen, bepalen, vaststellen

BERAMEN, BEPALEN, VASTSTELLEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 301.

in hedendaagse spelling:
paal, perk, bepalen, beperken, beschrijven

PAAL, PERK, BEPALEN, BEPERKEN, BESCHRIJVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 87.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0025 c