uitrekenen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

uitrekenen (ww):
becijferen, bepalen, berekenen, calculeren, uittellen, uitwerken

als synoniem van een ander trefwoord:

bepalen (ww) :
afbakenen, begrenzen, berekenen, constateren, determineren, instellen, kwantificeren, meten, nagaan, situeren, uitmikken, uitrekenen, vaststellen
berekenen (ww) :
becijferen, calculeren, ramen, rekenen, tellen, uitcijferen, uitrekenen
becijferen (ww) :
berekenen, nagaan, uitrekenen, uitzoeken, voorrekenen
oplossen (ww) :
berekenen, uitrekenen
uitwerken (ww) :
berekenen, uitrekenen

woordverbanden van ‘uitrekenen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
berekenen, oprekenen, uitrekenen

Berekenen — oprekenen — uitrekenen. Berekenen = be-grooten, nagaan hoeveel iets bedragen kan; oprekenen = eenige posten eener berekening te zamen voegen; uitrekenen — door becijfering de uitkomst van een vraagstuk of opgave berekenen. Het gebruik dezer woorden blijkt voorts uit den volgenden zin: Ik meende de kosten zoo nauwkeurig mogelijk berekend te hebben, maar nu ik de uitgaven opreken, blijkt het dat ik mij deerlijk misrekend heb, want ik kan het niet anders uitrekenen, of ik kom eene aanzienlijke som op mijne begrooting te kort. Uitrekenen komt ook fig. voor, in den zin van begrijpen: dat kun je wel op je vingers uitrekenen, dat het zoo moet afloopen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0096 nc