benoemen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

benoemen (ww):
aanstellen, aanwijzen, designeren, instellen, nomineren
benoemen (ww):
noemen, opperen, opwerpen, te berde brengen
benoemen (ww):
bij de naam noemen, zeggen zoals het is
benoemen (ww):
bestempelen, kwalificeren, noemen

als synoniem van een ander trefwoord:

kwalificeren (ww) :
aanduiden, benoemen, bestempelen, betitelen, heten, karakteriseren, kenmerken, kenschetsen, kentekenen, noemen, rubriceren, typeren
noemen (ww) :
aanduiden, aanspreken, benoemen, bestempelen, betitelen, kwalificeren, opsommen, vermelden, vernoemen, zeggen, een naam geven
aanduiden (ww) :
benoemen, betitelen, karakteriseren, kwalificeren, noemen, omschrijven, uitdrukken, vermelden, verwoorden
aanwijzen (ww) :
aanduiden, aangeven, aantonen, benoemen, bepalen, demonstreren, indiceren, tonen, uitduiden, wijzen
aannemen (ww) :
benoemen, engageren, in dienst nemen, monsteren, plaatsen, tewerkstellen, werven
zeggen (ww) :
aanduiden, benoemen, intenderen, menen, noemen, oordelen, stellen, vinden
aanstellen (ww) :
aanwijzen, benoemen, beroepen, creëren, installeren
identificeren (ww) :
benoemen, thuisbrengen
bevorderen (ww) :
benoemen, promoveren
bombarderen (ww) :
benoemen, promoveren
creëren (ww) :
aanstellen, benoemen
roepen (ww) :
benoemen, verkiezen

woordverbanden van ‘benoemen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

aanstellen, benoemen, beroepen

Aanstellen is eene werkzaamheid van eenigen duur aan een persoon opdragen, die ook bereid is zich daarmee te belasten en haar werkelijk aanvaardt. Benoemen onderstelt altijd eene bevoegdheid tot aanstellen, hetzij door de overheid, door een of ander wettig erkend college, of door bijzondere personen door de wet daartoe aangewezen, en sluit niet noodzakelijk in, dat de aangewezen persoon zich de opdracht zal laten welgevallen. Iemand tot boekhouder, opzichter, enz. aanstellen; tot rechter, ontvanger, enz. benoemen. Beroepen onderstelt altijd eenige onzekerheid of de persoon, die geroepen wordt, de betrekking zal aannemen. Het wordt daarom vooral gebezigd van geestelijken, die door een kerkeraad, enz. tot de herderlijke bediening worden uitgenoodigd, met vrijheid om dat aanbod al of niet aan te nemen. Een kardinaal of bisschop wordt benoemd door den paus, doch de predikant wordt door den kerkeraad of door het kiescollege beroepen.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 55:

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

benoemen
ontslaan, wippen

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0031 c