bevelen

als woordenboektrefwoord:

bevelen:
(beval, bevolen), gebieden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bevelen (ww):
commanderen, decreteren, gebieden, gelasten, heersen over, opleggen, toevertrouwen, verordenen, verzoeken

als synoniem van een ander trefwoord:

gelasten (ww) :
aanzeggen, belasten, bevelen, gebieden, opdracht geven, opdragen, opleggen, ordonneren, verordenen
verordenen (ww) :
bepalen, bevelen, constitueren, decreteren, gelasten, instellen, voorschrijven
voorschrijven (ww) :
bepalen, bevelen, commanderen, decreteren, dicteren, gebieden, verordenen
gebieden (ww) :
bevelen, gelasten, opdracht geven, opdragen, verordenen, voorschrijven
opleggen (ww) :
bevelen, dwingen, gelasten, opdragen, verplichten, verplichten tot
commanderen (ww) :
bevelen, de les lezen, gebieden, koeioneren, opleggen, verordenen
ordonneren (ww) :
beschikken, bevelen, gelasten, verordonneren
aanschrijven (ww) :
aanmanen, bevelen, manen, oproepen
decreteren (ww) :
afkondigen, bevelen, verordenen
opdragen (ww) :
bevelen, gelasten, opleggen
zeggen (ww) :
bevelen, gebieden, opdragen

woordverbanden van ‘bevelen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
gebieden, bevelen, gelasten, heten

Gebieden — bevelen — gelasten — heeten. Iemand zijn wil te kennen geven. Bevelen is eigenlijk iemand iets toevertrouwen, iets opdragen, doch thans meer: iemand, hetzij met of zonder recht, zeggen wat men wil, dat hij zal doen. Gebieden is als machthebber spreken en bevelen wat er gedaan moet worden; wie gebiedt verwacht onvoorwaardelijk gehoorzamen. Gelasten sluit een last of eene opdracht in. Hiervoor werd vroeger meer, thans minder, ook heeten gebruikt. Ik gebied u te zwijgen. Ik gelast u, hem daarvan onmiddellijk te verwittigen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
gebieden, gelasten, bevelen

90. Gebieden — gelasten — bevelen.

Zijn wil aan zijn ondergeschikten kenbaar maken, opdat zij zich daardoor bij hun handelingen laten leiden.

Gebieden wordt gezegd van den machthebber en doet dus onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verwachten. De koning gebood den edelman, zich nooit meer aan het hof te vertoonen.

Bevelen drukt uit, dat men anderen, die in onzen dienst staan, zegt, wat zij doen moeten. De veldheer beval zijn manschappen tot den aanval over te gaan.

Gebieden is dus (ook in figuurlijke beteekenis) sterker dan bevelen. Ik gebied u heen te gaan is sterker dan: ik beveel u heen te gaan. Bovendien ziet gebieden meestal op een voorschrift van blijvenden en beve-

len op een van tijdelijken aard. God heeft ons geboden niet te stelen. De veldheer beval, dat de soldaten niet zouden plunderen.

Gelasten onderstelt, dat men zijn ondergeschikte een last of opdracht geeft, om dien te vervullen. De generaal gelastte den koerier, onmiddellijk, versterking te gaan ontbieden. Ook ziet gelasten soms op een bevel, waarvan het niet zeker is, of het wel uitgevoerd zal worden: De boschwachter gelastte den houtdief het gestolene af te geven. Bij bevelen staat dus het begrip van ondergeschiktheid meer op den voorgrond dan bij gelasten.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
gebieden, bevelen, gelasten, heten, verordenen, voorschrijven

GEBIEDEN, BEVELEN, GELASTEN, HEETEN, VERORDENEN, VOORSCHRIJVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 185.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bevelen
smeken
zie ook:
bevel

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c