oproepen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

oproepen (ww):
bijeenroepen, convoceren, dagvaarden, mobiliseren, ontbieden, opcommanderen, oppiepen, roepen, samenroepen, uitnodigen
oproepen (ww):
aanmanen, aansporen, aanvuren, aanzetten, instigeren, losmaken, manen, opwekken, teweegbrengen
oproepen (ww):
bovenhalen, evoceren, evoqueren, ingeven, inspireren, prikkelen, voor de geest roepen

als synoniem van een ander trefwoord:

aanzetten (ww) :
aandrijven, aanhitsen, aanjagen, aanmanen, aanmoedigen, aanporren, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, bemoedigen, bewegen, drijven, ingeven, inspireren, instigeren, jachten, manen, nopen, ophitsen, opporren, oproepen, opruien, opstoken, opwekken, opzwepen, pramen, prikkelen, pushen, stimuleren, uitnodigen, verhaasten
teweegbrengen (ww) :
aanrichten, aanstichten, afdwingen, baren, berokkenen, bewerken, bewerkstelligen, bezorgen, geven, leiden tot, oproepen, opwekken, uitlokken, uitrichten, veroorzaken, verwekken, wekken
uitlokken (ww) :
bevorderen, ontketenen, oproepen, opwekken, provoceren, teweegbrengen, uitnodigen, verleiden, veroorzaken, verwekken
inspireren (ww) :
aanmoedigen, aanzetten, bewegen, brengen, drijven, elektriseren, instigeren, oproepen, stimuleren, toejuichen
uitnodigen (ww) :
convoceren, inviteren, meevragen, noden, nodigen, onthalen, oproepen, uitnoden, vergasten, verzoeken, vragen
opwekken (ww) :
aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanwakkeren, oproepen, prikkelen, stimuleren, uitnodigen
aansporen (ww) :
aandringen, aanmanen, aanmoedigen, aanvuren, aanzetten, manen, opporren, oproepen
uitdagen (ww) :
oproepen, prikkelen, provoceren, tarten, tergen, trotseren, uitlokken, uitnodigen
rekruteren (ww) :
aantrekken, aanwerven, inschrijven, lichten, oproepen, verzamelen, werven
prikkelen (ww) :
activeren, oproepen, bovenhalen, evoceren, evoqueren, ontlokken, wekken
wekken (ww) :
afdwingen, leiden tot, oproepen, opwekken, teweegbrengen, veroorzaken
bijeenroepen (ww) :
beleggen, convoceren, oproepen, optrommelen, samenroepen, verzamelen
werven (ww) :
aanwerven, lichten, oproepen, rekruteren, verzamelen, winnen
roepen (ww) :
aanmanen, halen, ontbieden, oproepen, uitnodigen
bezweren (ww) :
bannen, oproepen, uitdrijven, uitwerpen
aanschrijven (ww) :
aanmanen, bevelen, manen, oproepen
mobiliseren (ww) :
in stelling brengen, oproepen
dagvaarden (ww) :
dagen, indagen, oproepen

woordverbanden van ‘oproepen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afroepen, oproepen

Afroepen — oproepen. In de eerste plaats, iemand roepen om elders te komen. Afroepen veronderstelt dan, dat hij zich van de plaats, waar hij zijne bezigheid heeft, op weg moet begeven om naar elders te gaan. Bij oproepen roept men iemand van eene plaats weg, en geeft aan waarvoor hij komen moet, zoo dit niet bekend wordt verondersteld. Iemand van zijn werk afroepen. De candidaten mogen voor het mondeling examen niet van het schriftelijk werk worden afgeroepen. Hij werd, opgeroepen om voor den rechter te verschijnen. Verder beteekenen beide woorden: overluid de namen van personen oplezen. Afroepen is de namen van personen, die op eene lijst staan, in geregelde volgorde luide uitspreken tot de lijst ten einde is. Oproepen is het noemen van iemands naam om hem te ontbieden voor eene of andere handeling. Hij riep de namen af, naarmate de rijtuigen der familie voorkwamen. De voorzitter riep alle leden een voor een op om te stemmen.

in hedendaagse spelling:
bijeenroepen, oproepen, samenroepen

Bijeenroepen — oproepen — samenroepen. Uitnoodigen om te verschijnen. Men roept eene vergadering bijeen of roept haar samen, maar men roept haar leden op. Beroepen (z. o. Aanstellen) werd vroeger gebezigd van het bijeenroepen van een lichaam, dat zich nog moest constitueeren; bijeenroepen en samenroepen hebben het thans vervangen. Zij worden bij voorkeur gebezigd van een reeds aanwezig lichaam, welks leden tot het houden eener bijeenkomst worden uitgenoodigd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
beroepen, bescheiden, oproepen, samenroepen

BEROEPEN, BESCHEIDEN, OPROEPEN, ZAMENROEPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 307.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
oproep

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c