opdoen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

opdoen (ww):
behalen, grijpen, innemen, krijgen, meekrijgen, op de kop tikken, oplopen, oppikken, vatten, verkrijgen, verwerven
opdoen (ww):
inkopen, inslaan, kopen, opleggen, opslaan
opdoen (ww):
opmaken, verkwisten, verteren
opdoen (ww):
krijgen, oplopen
opdoen (ww):
schoonvegen
opdoen (ww):
opdienen
opdoen (ww):
opzetten
opdoen (ww):
opmaken

als synoniem van een ander trefwoord:

krijgen (ww) :
behalen, bekomen, cadeau krijgen, in ontvangst nemen, nemen, ontvangen, opdoen, oplopen, verkrijgen, verwerven
verwerven (ww) :
behalen, bekomen, binnenhalen, halen, krijgen, ontvangen, oogsten, opdoen, scoren, verdienen, verkrijgen, winnen
betrappen (ww) :
attraperen, opdoen, pakken, snappen, vatten, verrassen
scheppen (ww) :
graven, grijpen, halen, opdoen, opscheppen, putten
oplopen (ww) :
krijgen, opdoen, te pakken krijgen, vatten
vatten (ww) :
besmet worden, opdoen, oplopen, verkrijgen
opdienen (ww) :
opdissen, opdoen, serveren, voorzetten
inslaan (ww) :
inkopen, kopen, opdoen, stockeren

woordverbanden van ‘opdoen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
inslaan, opdoen

Inslaan — opdoen. Zich van een voorraad levensmiddelen en andere huiselijke benoodigdheden voorzien. Tusschen beide woorden is geen bepaald verschil in beteekenis. Opdoen is een woord dat meer in de huishouding hiervoor gebruikt wordt; verder is zoowel inslaan als opdoen in gebruik. Inslaan wordt over het algemeen van grootere hoeveelheden koopwaren gezegd, zoowel met betrekking tot dranken als tot sommige andere waren, waarin handel wordt gedreven. Bier en wijn inslaan, suiker inslaan. Boter, kolen opdoen. Winterprovisie opdoen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
inslaan, opdoen

INSLAAN, OPDOEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 282.

in hedendaagse spelling:
openen, opdoen, open doen, opmaken, open maken, open sluiten, opsteken, open steken, open krijgen, open laten, open blijven

OPENEN, OPDOEN, OPEN DOEN, OPMAKEN, OPEN MAKEN, OPEN SLUITEN, OPSTEKEN, OPEN STEKEN, OPEN KRIJGEN, OPEN LATEN, OPEN BLIJVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 60.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0023 c