scheuren

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

scheuren (ww):
breken, inkerven, inscheuren, kloven, splijten, stuktrekken, tornen, uiteentrekken, verbreken, verscheuren
scheuren (ww):
barsten, bersten, breken, inscheuren, kloven, splijten
scheuren (ww):
losrukken, rijten, rukken
scheuren (ww):
crossen, jakkeren, racen
scheuren (ww):
openhalen, openscheuren
scheuren (ww):
omploegen
scheuren (ww):
snijden

als synoniem van een ander trefwoord:

breken (ww) :
afbreken, kapotslaan, kleinmaken, kraken, krakken, mollen, openbreken, scheuren, stukmaken, stukslaan, verbrijzelen, vermorzelen, vernielen
barsten (ww) :
bersten, inkerven, knappen, krakken, scheuren, splijten, uiteenspringen
jakkeren (ww) :
drijven, opdrijven, racen, rijden, scheuren, voortjagen
kapotgaan (ww) :
breken, doorbranden, het begeven, scheuren, slijten
werken (ww) :
bewegen, krimpen, scheuren, uitzetten, verzakken
breken (ww) :
begeven, knakken, knappen, scheuren, stukgaan
barsten (ww) :
knappen, ontploffen, scheuren, splijten
splijten (ww) :
barsten, kloven, scheuren, springen
krakken (ww) :
barsten, breken, scheuren
inkerven (ww) :
barsten, scheuren
verscheuren (ww) :
scheuren

woordverbanden van ‘scheuren’ grafisch weergegeven

zie ook:
scheur

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c