uitdoen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

uitdoen (ww):
afdoen, afnemen, afzetten, uitdoven, uitdraaien, uithalen, uitmaken, uitnemen, uitschakelen, uittrekken
uitdoen (ww):
afleggen, uittrekken

als synoniem van een ander trefwoord:

ontnemen (ww) :
afnemen, afpakken, afzetten, benemen, beroven, depriveren, nemen, onteigenen, onttrekken, terugnemen, uitdoen, wegnemen
afzetten (ww) :
afduwen, stilzetten, uitdoen, uitdraaien, uitschakelen, uittrekken, uitzetten
afnemen (ww) :
afdekken, afdoen, afhalen, afruimen, afstoffen, stoffen, uitdoen, weghalen
doven (ww) :
blussen, smoren, uitblazen, uitdoen, uitmaken, uittrappen
uitdraaien (ww) :
afdraaien, afzetten, uitdoen, uitknippen, uitschakelen
uitdoven (ww) :
blussen, dompen, doven, smoren, uitdoen, uitdrukken
uitzetten (ww) :
afzetten, uitdoen, uitdraaien, uitschakelen
uitblussen (ww) :
blussen, doven, uitdoen, uitdoven, uitmaken
uitschakelen (ww) :
afzetten, uitdoen, uitdraaien, uitzetten
uittrekken (ww) :
afdoen, afleggen, afnemen, uitdoen
rooien (ww) :
kappen, roden, uitdoen, uithalen
afdoen (ww) :
afnemen, uitdoen, uittrekken
blussen (ww) :
dempen, uitdoen, uitdoven
uitblazen (ww) :
doven, uitdoen
uitmaken (ww) :
uitdoen
uitschieten (ww) :
uitdoen

woordverbanden van ‘uitdoen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

blussen:
uitdoen, smoren

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afdoen, afleggen, afwerpen, afzetten, uitdoen, uitschieten, uittrekken

Afdoen — afleggen — afwerpen — afzetten — uitdoen — uitschieten — uittrekken. Het zich ontdoen van kleedingstukken of sieraden. Afleggen verschilt hierin van afdoen, dat het onderstelt dat het afdoen met zorg geschiedt, en dat het afgedane behoorlijk wordt weggelegd. Bij uitbreiding ook: voor goed ter zijde leggen, om het niet weer aan te doen. Figuurlijk wordt het ook gebezigd van hoedanigheden, gezindheden, enz. Zijne kroon afleggen; wrok, haat, angst, rouw, droefheid afleggen. Afwerpen staat tegenover aandoen; uitschieten en uittrekken tegenover aanschieten en aantrekken; zie bij Aandoen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

uitdoen
aandoen, aantrekken, aanzetten, inschakelen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c