kappen

als woordenboektrefwoord:

kappen:
(gekapt), hakken ; vellen ; het hoofdhaar opmaken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kappen (ww) :
afhakken, hakken, rooien, toppen
kappen (ww) :
coifferen, friseren, knippen
kappen (ww) :
omhakken, omhouwen, vellen
kappen (ww) :
nokken, ophouden, stoppen
kappen (ww) :
kippen, omkiepen
kappen (ww) :
fijnhakken
kappen (ww) :
gieten

als synoniem van een ander trefwoord:

hakken (ww) :
afhakken, beitelen, houwen, inkepen, kappen, kerven, uithakken
vellen (ww) :
kappen, neerhalen, omhakken, omhouwen
rooien (ww) :
kappen, roden, uitdoen, uithalen
omhakken (ww) :
kappen, omkappen, vellen
knippen (ww) :
coifferen, kappen
coifferen (ww) :
kappen, knippen

woordverbanden van ‘kappen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

hakken:
houwen, kappen
houwen:
hakken, kappen, slaan
kappen:
houwen, slaan

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

hakken, houwen, kappen

Hakken en houwen verschillen daarin, dat het eerste eenvoudig ten doel heeft een voorwerp in zekere deelen te verdeelen, terwijl houteen geschiedt om aan een of ander voorwerp bovendien eene bepaalde gedaante te geven. Bijv. hout hakken, koek hakken, daarentegen steenhouwen. Verg. een houthakker met een steen-, en vleeschhouwer. Kappen beteekent eigenlijk: enkele deelen afscheiden; bij uitbreiding: omhakken, vellen, enz., een boom kappen, een mast, een kabel kappen.

woorden met een verwante vorm:

werkwoord
zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0038 c