handhaven

als woordenboektrefwoord:

handhaven:
(handhaafde, gehandhaafd), in stand houden, steunen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

handhaven (ww):
aanhouden, behouden, beschermen, bewaren, consolideren, in stand houden, overleven, staande houden, volhouden, voortgaan met

als synoniem van een ander trefwoord:

bewaren (ww) :
behoeden, behouden, beschermen, conserveren, handhaven, houden, in stand houden, onderhouden, opbergen, preserveren, reserveren, sparen, verschonen, vrijwaren, zorgen voor
houden (ww) :
afstoppen, bedwingen, beethouden, grijpen, handhaven, pakken, stoppen, stuiten, tegenhouden, terughouden, vastgrijpen, vasthouden
consolideren (ww) :
bestendigen, continueren, doorgaan, handhaven, standhouden, verstevigen, vervolgen, voortzetten
behouden (ww) :
behoeden, bergen, beschermen, bewaren, handhaven, houden, overhouden, redden
continueren (ww) :
aanhouden, doorgaan, handhaven, voortduren, voortgaan, voortzetten
persisteren (ww) :
aandringen, handhaven, vasthouden, volharden, volhouden
onderhouden (ww) :
betrachten, handhaven, naleven, opvolgen
volhouden (ww) :
handhaven, volharden
redden (ww) :
behouden, handhaven

woordverbanden van ‘handhaven’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bijstaan, voorstaan, handhaven, schoren, schragen, steunen, stutten

BIJSTAAN, VOORSTAAN, HANDHAVEN, SCHOREN, SCHRAGEN, STEUNEN, STUTTEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 277.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

handhaven
herroepen, variƫren, veranderen, vermaken, wijzigen
zie ook:
zich handhaven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c