volharden

als woordenboektrefwoord:

volharden:
(volhardde, volhard), volhouden, uithouden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

doorgaan (ww) :
aanblijven, aanhouden, blijven, doorbijten, doordouwen, doorlopen, doorzetten, standhouden, volharden, volhouden, voortduren, voortgaan, voortvaren
aanhouden (ww) :
continueren, doorgaan, doorzetten, duren, standhouden, volharden, volhouden, voortduren, voortgaan, voortzetten
doorzetten (ww) :
aanhouden, doorbijten, doordouwen, doordrijven, doordrukken, doorduwen, doorgaan, volharden, volhouden
persisteren (ww) :
aandringen, handhaven, vasthouden, volharden, volhouden
volhouden (ww) :
handhaven, volharden

woordverbanden van ‘volharden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanhouden met, volharden, volhouden, voortgaan met

Aanhouden (met) — volharden (in) — volhouden — voortgaan (met). Alle vier beteekenen eene handeling, waarmede men bezig is, doen voortduren. Aanhouden met eene handeling, beteekent deze op dezelfde wijze voortzetten. Hij houdt steeds aan met ons lastig te vallen; de aanhouder wint. Van een verzoek of een eisch gezegd, wordt aanhouden gebruikt zonder vermelding van hetgeen, waarmede men aanhoudt: hij heeft zoo lang aangehouden, tot hij zijn zin gekregen heeft. Volharden in eene werking, geeft te kennen, dat men de handeling niet staakt, ondanks de moeilijkheden, die zich bij het werk voordoen; hij volhardt in 't goede. Bij voortgaan met eene handeling, denkt men niet alleen aan 't voortduren der werking, maar tevens aan den voortgang daarvan; hij ging voort met schrijven. Soms wordt de werking niet uitgedrukt: als ge zoo voortgaat, komt ge nog in de gevangenis. Volhouden veronderstelt, dat men doorgaat met de handeling, tot zij als afgeloopen kan beschouwd worden, of het doel bereikt is. Hij hield vol en zag zijne moeite beloond.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
aanhouden, volharden, volhouden

76. Aanhouden — volharden — volhouden.

Een werking of toestand doen voortduren.

Aanhouden drukt alleen uit, dat de werking bestendig blijft voortgaan, dus zonder tusschenpoozen of zonder vermindering van kracht voortduurt. De regen blijft maar aanhouden; ik geloof niet, dat het vandaag nog droog wordt.

Volharden wijst er op, dat de werking niet wordt gestaakt ondanks de groote bezwaren, die zich voordoen of de verzoekingen, die ons aanlokken; bij volharden is dus een vaste wil noodig en het kan alzoo alleen van personen gezegd worden. De Nederlanders zijn langzaam in het ontwerpen, maar volhardend in de uitvoering (d.w.z. de Nederlanders willen een eenmaal aangevangen arbeid niet opgeven).

Volhouden duidt aan, dat men met de werking niet uitscheidt, voordat zij is afgeloopen of het doel bereikt is. Ook dit woord kan dus alleen van personen gezegd worden (of van dieren in fabels). Hij hield zoolang vol met solliciteeren, tot hij geplaatst werd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanhouden, volharden

AANHOUDEN, VOLHARDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 26.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c