bij voorbaat

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bij voorbaat (bw):
van tevoren, van tevoren al, vooraf, vooraf al

als synoniem van een ander trefwoord:

op voorhand (bw) :
bij voorbaat, vooraf, vooruit

woordverbanden van ‘bij voorbaat’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bij voorbaat, voorshands, voorlopig

Voorbaat (bij) — voorshands — voorloopig. Bij voorbaat: vooraf, van te voren; eigenlijk voordat men gerechtigd is genot of bate van iets te hebben; voorshands wat voor de hand is in betrekking tot den tijd, derhalve hetzelfde als thans, doch gebruikt met het oog op den tijd, die volgt, wanneer er gelegenheid voor nader onderzoek zal zijn; vandaar zonder onderzoek voor het oogenblik, doch nader onderzoek voorbehoudende; voorloopig tijdelijk, voordat de zaak afdoende geregeld is, nadere regeling voorbehoudende. Iemand bij voorbaat zijn dank betuigen, voordat hij ons nog aan zich verplicht heeft. In de voorbaat zijn, een ander voorkomen. Voorshands neem ik zijne verontschuldiging aan, later zal ik wel eens zien wat er van de zaak is. Voorloopig is het nu zoo geregeld in afwachting, dat de minister nader beslissen zal. De voorloopige regeering, de regeering die de zaken gaande houdt in afwachting van het optreden van een definitief bewind.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
voorlopig, voorbarig, bij voorbaat

VOORLOOPIG, VOORBARIG, BIJ VOORBAAT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 282.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
bij

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c