fiasco

als woordenboektrefwoord:

fiasco:
o. fiasco maken, niet slagen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fiasco (zn):
afgang, debacle, echec, flop, miskleun, mislukking, sof, zeper

als synoniem van een ander trefwoord:

mislukking (zn) :
bankroet, debacle, echec, failliet, fiasco, flop, misser, misslag, nederlaag, sof, tegenspoed
echec (zn) :
afgang, fiasco, flop, miskleun, mislukking, nederlaag, sof, zeper, zeperd
zeper (zn) :
echec, fiasco, miskleun, mislukking, sof, strop, tegenvaller, zeperd
flop (zn) :
afgang, echec, fiasco, mislukking, misser, sof, zeper
bankroet (zn) :
fiasco, ineenstorting, mislukking, ondergang
strop (zn) :
fiasco, miskoop, tegenvaller, zeper, zeperd
misser (zn) :
afgang, fiasco, flop, mislukking
afgang (zn) :
fiasco, flop, sof

woordverbanden van ‘fiasco’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c