gezant

als woordenboektrefwoord:

gezant:
m. (-en), afgezant ; gezondene.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gezant (zn):
afgevaardigde, afgezant, ambassadeur, consul, diplomaat, gedeputeerde, gevolmachtigde, zaakgelastigde
gezant (zn):
bode, boodschapper, heraut

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

woordverbanden van ‘gezant’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afgevaardigde, afgezant, gezant, gemachtigde, lasthebber, vertegenwoordiger

Afgevaardigde — afgezantgezant — gemachtigde — lasthebber — vertegenwoordiger. Lasthebber is de juridische benaming voor dengene, aan wien door een of meer personen een last ter uitvoering is opgedragen. Afgevaardigde is hij, die door een ander of anderen ergens heen gezonden is, om hem te vertegenwoordigen, met of zonder bepaalden lastbrief. Het wordt meer in betrekking tot den lastgever gezegd. Vertegenwoordiger is hij, die namens een ander of anderen optreedt en zelfstandig diens belangen behartigt. Gemachtigde is degene, die voor een ander optreedt met een min of meer bepaald omschreven macht of last. Den eersten naam dragen de leden eener wetgevende vergadering met betrekking tot het mandaat, hetwelk zij te vervullen hebben. Onze nieuwe afgevaardigde belooft een uitmuntend volksvertegenwoordiger te worden.

in hedendaagse spelling:
afgezant, gezant, ambassadeur, gevolmachtigd minister, minister-resident, zaakgelastigde

Afgezantgezant — ambassadeur — gevolmachtigd minister — minister-resident — zaakgelastigde. Een aanzienlijk persoon, die een vorst of een staat bij een anderen vorst of staat vertegenwoordigt. Gezant, ambassadeur heeten de vertegenwoordigers bij de groote mogendheden onderling. Vroeger had een gezant het recht om onmiddellijk met den vorst te onderhandelen. Thans is het verschil tusschen gezant (ambassadeur) en minister-resident (gevolmachtigd minister) enkel gelegen in den rang der mogendheid, zonder op den werkkring der dignitarissen van invloed te zijn. Afgezant noemt men ook hem, die een vorst voor eene bepaald aangewezen zaak vertegenwoordigt. Door zaakgelastigde verstaat men in den regel dengene, die bij ontstentenis van den eigenlijken gezant diens functiĆ«n tijdelijk waarneemt; toch worden de regeeringen bij sommige zeer kleine staten voortdurend enkel door een zaakgelastigde vertegenwoordigd. Vroeger werd nog voor afgezant gebruikt het woord boodschapper, dat thans alleen nog in dichterlijken stijl gevonden wordt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afgevaardigde, afgezant, gezant, zaakgelastigde

AFGEVAARDIGDE, AFGEZANT, GEZANT, ZAAKGELASTIGDE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 102.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c