gezind

als woordenboektrefwoord:

gezind:
bn. van mening, van plan zijn; geneigd.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

gestemd (bn) :
gehumeurd, geluimd, gezind
gehumeurd (bn) :
geluimd, gestemd, gezind

woordverbanden van ‘gezind’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
genegen, geneigd, gezind

Genegen — geneigd — gezind. Genegen is gunstig gestemd voor.; geneigd overhellend tot, 't zij dat de neiging iemand van nature eigen is, 't zij, dat zij het gevolg is van redeneering, inzicht, enz., die hem doen overhellen, tot iets. Gezind is eene bepaalde denkwijze hebbende omtrent een persoon of eene zaak met het bijdenkbeeld, dat die denkwijze zich in daden openbaart of openbaren zal. Hij is mij bijzonder genegen. Is hij ge negen te vertrekken? Geneigd tot den drank. Iemand kwalijk gezind zijn. Wat is hij gezind te doen ?

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
klaar, af, ree, bereid, waardig, vlot, willig, geneigd, gezind

KLAAR, AF, REE, BEREID, WAARDIG, VLOT, WILLIG, GENEIGD, GEZIND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 284.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c