bereid

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bereid (bn):
genegen, geneigd, gereed, gewillig, paraat
bereid (bn):
af, klaar

als synoniem van een ander trefwoord:

klaar (bn) :
af, afgehandeld, afgelopen, bereid, gedaan, gepiept, gereed, op, paraat, ready, rond, uit, voltooid, voor elkaar, voor mekaar, voorbereid, voorbij
gewillig (bn) :
bereid, bereidwillig, gemakkelijk, goedwillig, vrijwillig, willig
gereed (bn) :
bereid, in orde, klaar, paraat, ready
genegen (bn) :
bereid, van plan, van zins

woordverbanden van ‘bereid’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
gereed, bereid

Gereed — bereid. Gereed naast bereid onderstelt voorafgaande beschikkingen; bereid duidt enkel de gezindheid aan om op een gegeven oogenblik iets te doen. Zijt gij eindelijk gereed om mede te gaan? Ik ben tot uw dienst bereid.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bereid, gereed, vaardig, klaar

BEREID, GEREED, VAARDIG, KLAAR

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 302.

in hedendaagse spelling:
klaar, af, ree, bereid, waardig, vlot, willig, geneigd, gezind

KLAAR, AF, REE, BEREID, WAARDIG, VLOT, WILLIG, GENEIGD, GEZIND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 284.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bereid
onbereid

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c