intact

als woordenboektrefwoord:

intact:
bn. onaangeroerd ; rein.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

intact (bn):
gaaf, heel, onaangebroken, onaangeroerd, onbeschadigd, ongedeerd, ongekrenkt, ongerept, ongeschonden, onverlet

als synoniem van een ander trefwoord:

gaaf (bn) :
feilloos, heel, intact, klasse, loepzuiver, onaangeraakt, onaangeroerd, onaangetast, onbedorven, onbeschadigd, ongeschonden, puntgaaf, vlekkeloos, volledig
heel (bn) :
compleet, gaaf, gans, geheel, intact, onaangeraakt, onaangeroerd, onaangetast, onbeschadigd, ongeschonden, volledig
ongeschonden (bn) :
compleet, gaaf, heel, heelhuids, intact, ongedeerd, ongekrenkt, ongekreukt, ongekwetst, ongerept, onverzwakt
onbeschadigd (bn) :
heel, intact, ongedeerd, ongekwetst, ongeschonden
geheel (bn) :
aan één stuk, heel, intact, ongeschonden
ongerept (bn) :
intact, ongedeerd, ongeschonden
onverlet (bn) :
intact, ongedeerd

woordverbanden van ‘intact’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

intact
beschadigd, beurs

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c