poort

als woordenboektrefwoord:

poort:
v. (-en), ingang ; grote deur.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

poort (zn) :
fabriekspoort, kasteelpoort, kerkpoort, stadspoort
poort (zn) :
deur, hek, hoofdingang, ingang, toegang
poort (zn) :
boog, poortje
poort (zn) :
doorgang, pas

als synoniem van een ander trefwoord:

toegang (zn) :
deur, deuropening, inrit, mond, oprijlaan, oprit, poort, portaal, toegangsdeur, toegangspoort
hek (zn) :
dam, deur, draaihek, poort, schutting, tuinhekje
uitgang (zn) :
deur, exit, hek, poort, sortie, uitweg
doorgang (zn) :
doorloop, gangpad, passage, poort
boog (zn) :
gewelf, kromming, poort

woordverbanden van ‘poort’ grafisch weergegeven

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c