prut

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

prut (zn) :
rotzooi, knoeiwerk, bagger
prut (zn) :
slik, modder, slijk
prut (zn) :
koffiedik, drab
prut (zn) :
pap, brij

als synoniem van een ander trefwoord:

knoeiwerk (zn) :
prut, geknoei, prutswerk, knoeierij, broddelwerk, kladwerk, ketellapperswerk, gekladder, dilettantisme, broddelarij
bezinksel (zn) :
bodem, bodempje, prut, neerslag, aanslag, afzetting, bezinking, drab, sediment, zinksel, precipitaat, zaksel
modder (zn) :
slik, prut, blubber, smurrie, krot, bagger, flodder, slijk, derrie, moor
drab (zn) :
prut, smurrie, bezinksel, drek, derrie, droesem
slijk (zn) :
modder, prut, blubber, bagger, slib
bagger (zn) :
slik, modder, prut, blubber, slijk
koffiedik (zn) :
prut, drab
brij (zn) :
prut, pap
koek (zn) :
prut

woordverbanden van ‘prut’ grafisch weergegeven

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c