rif

als woordenboektrefwoord:

rif:
o. (-fen), klip ; geraamte. rifje, o. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

rif (zn):
geraamte, karkas
rif (zn):
klip, rots

als synoniem van een ander trefwoord:

geraamte (zn) :
beenderen, beendergestel, gebeente, karkas, rif, skelet
karkas (zn) :
beenderen, geraamte, rif, skelet
klip (zn) :
rif, rots, scheer
rots (zn) :
klip, rif
klip (zn) :
rif

woordverbanden van ‘rif’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
droogte, bank, ondiepte, plaat, rif

DROOGTE, BANK, ONDIEPTE, PLAAT, RIF

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 120.

in hedendaagse spelling:
rots, klip, rif, staart, rug, richel, plaat, bank, grond, droogte, zand

ROTS, KLIP, RIF, STAART, RUG, RIGCHEL, PLAAT, BANK, GROND, DROOGTE, ZAND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 312.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c