grond

als woordenboektrefwoord:

grond:
m. (-en), aarde ; grondgebied ; land ; bodem.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

grond (zn) :
motief, oorzaak, aanleiding, reden, drijfveer, afweging, beweegreden, ratio, beweeggrond, rechtvaardiging, considerans, bestaansrecht
grond (zn) :
basis, beginsel, onderlaag, onderbouw, grondslag, fundering, fundament, hoeksteen, pijler, grondvesting, fondement, fondament
grond (zn) :
zwaartepunt, hart, wezen, kern, hoofdzaak, kernpunt, essentie, fond, essentialia, kwintessens
grond (zn) :
land, terrein, akker, aarde, aardbodem, zand, veld, erf, bouwland, grondbezit
grond (zn) :
bodem, vloer, ondergrond

als synoniem van een ander trefwoord:

basis (zn) :
grond, beginsel, uitgangspunt, onderlaag, onderbouw, voet, substantie, grondslag, fundering, fundament, ondergrond, grondvlak, hoeksteen, pijler, substraat, basement, grondlijn, grondvesting, backing, fondement, fondament
grondslag (zn) :
grond, basis, opzet, beginsel, begin, uitgangspunt, onderbouw, onderlaag, oorsprong, fundering, fundament, ondergrond, hoeksteen, pijler, substraat, hoofdbestanddeel, basisprincipe, grondvesting, fondement, fondament
wezen (zn) :
hart, grond, innerlijk, kern, aard, geest, karakter, hoofdzaak, kernpunt, natuur, substantie, temperament, binnenste, geaardheid, essentie, inborst, complexie, essentialia, kwintessens
zwaartepunt (zn) :
grond, bodem, speerpunt, hart, wezen, kern, accent, hoofdzaak, kernpunt, substantie, focus, grondvlak, essentie, hoofdpunt, essentialia, hypostase, kwintessens
drijfveer (zn) :
grond, motief, oorzaak, prikkel, aanleiding, stimulans, overweging, reden, behoefte, beweegreden, ratio, beweeggrond, considerans, ressort
essentie (zn) :
zwaartepunt, hart, wezen, grond, bodem, kern, hoofdzaak, kernpunt, substantie, hoofdpunt, spil, wezenlijkheid, wezenlijke, kwintessens
kern (zn) :
zwaartepunt, hart, wezen, grond, middelpunt, midden, hoofdzaak, substantie, pit, binnenste, essentie, hamvraag, pointe, kwintessens
reden (zn) :
grond, motief, oorzaak, aanleiding, motivatie, verklaring, drijfveer, argument, motivering, beweegreden, beweeggrond
veld (zn) :
land, grond, akker, vlakte, buiten, platteland, lap grond, bouwland, landerijen, vrije natuur, landbouwgrond, beemd
hart (zn) :
wezen, zwaartepunt, grond, bodem, hoofdzaak, kernpunt, substantie, essentie, hoofdpunt, spil, kwintessens
terrein (zn) :
grond, gebied, bodem, grondgebied, akker, domein, onderwerp, vlak, veld, zone, erf, kavel, lap grond, revier
beweegreden (zn) :
motief, grond, overweging, reden, drijfveer, afweging, ratio, beweeggrond, considerans
motief (zn) :
grond, overweging, reden, drijfveer, afweging, beweegreden, beweeggrond, considerans
overweging (zn) :
grond, motief, afweging, beweegreden, beweeggrond, considerans, bewijsgrond
erf (zn) :
plaats, grond, gebied, binnenplaats, hof, werf, heem, hoenderhof, koer
aanleiding (zn) :
motief, grond, gelegenheid, oorzaak, reden, drijfveer, beweegreden
afweging (zn) :
motief, grond, overweging, beweegreden, beweeggrond, considerans
voet (zn) :
grond, bodem, basis, aarde, onderschraging
ratio (zn) :
grond, betekenis, strekking, beweegreden
aarde (zn) :
klei, grond, humus, teelaarde, aardmolm
oorzaak (zn) :
grond, achtergrond, aanleiding, reden
land (zn) :
weiland, grond, akker, veld, bouwland
kernpunt (zn) :
grond, hart, essentie, kwintessens
term (zn) :
grond, aanleiding, beweegreden
ondergrond (zn) :
bodem, grond, aarde, oppervlak
bodem (zn) :
grond, vloer, aarde

woordverbanden van ‘grond’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

bedding, bodem, grond

Bodem heet het grondvlak van een vat, mand, kist of eenig voorwerp, dat tot berging dient. Bij uitbreiding ook fig. van de zee, een afgrond enz. gebezigd. Zijn glas tot op den bodem leegdrinken. Hij kan den bodem van zijn geldkist zien. Grond noemt men het grondvlak met betrekking tot hetgeen er zich boven bevindt, of er door gedragen wordt. Grond is dus de oppervlakte der aarde, als de draagster van alles wat er uit voorkomt of er op rust. Men plant een boom in den grond. Men zit op den grond. Bedding, dat wel met bodem maar niet met grond synoniem is, noemt men den bodem der rivieren en den vloer der sluizen, alsmede de plankenzoldering, waarop het geschut rust.

Dat wat eene handeling doet plaats hebben. De grond is datgene, waarop iets anders rust; oorzaak is de zaak, waaruit iets anders voortkomt. De oorzaak wordt als zelfhandelend gedacht; zij geeft dus het antwoord op de vraag waardoor, terwijl de reden het antwoord op de vraag waarom geeft. De uiterlijke omstandigheid, die gelegenheid tot iets geeft maar niet de handeling veroorzaakt, noemt men de aanleiding; zie aanleiding. Drijfveer ziet op innerlijke aandrift, beweegreden evenals reden, op verstandelijk overleg, dat iemand doet handelen. Onze hartstochten kunnen de drijfveeren onzer handelingen zijn, nooit hare beweegredenen. Drangreden is eene sterke beweegreden. De oorzaken van dien oorlog waren etc. De reden van de weigering des konings.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 348:

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 383:

bodem, grond

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 155:

erf, grond

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 312:

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 372:

woorden met een verwante vorm:

bijvoeglijk naamwoord
werkwoord

zie ook:

bij andere sites:

in het Verwarwoordenboek van Jan Renkema:
synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0044 c