pijler

als woordenboektrefwoord:

pijler:
m. (-s), pilaar ener brug.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

pijler (zn):
kolom, pilaar, schoorzuil, steunpilaar, zuil
pijler (zn):
hoeksteen, steunpilaar
pijler (zn):
drager, steunpunt

als synoniem van een ander trefwoord:

basis (zn) :
backing, basement, beginsel, fondament, fondement, fundament, fundering, grond, grondlijn, grondslag, grondvesting, grondvlak, hoeksteen, onderbouw, ondergrond, onderlaag, pijler, substantie, substraat, uitgangspunt, voet
grondslag (zn) :
basis, basisprincipe, begin, beginsel, fondament, fondement, fundament, fundering, grond, grondvesting, hoeksteen, hoofdbestanddeel, onderbouw, ondergrond, onderlaag, oorsprong, opzet, pijler, substraat, uitgangspunt
grond (zn) :
basis, beginsel, fondament, fondement, fundament, fundering, grondslag, grondvesting, hoeksteen, onderbouw, onderlaag, pijler
steunpilaar (zn) :
grondpijler, pijler, pilaar, schoor, schraagpijler, zuil
zuil (zn) :
ante, kolom, obelisk, pijler, pilaar, pilaster
drager (zn) :
pijler, schoor, staander, steun, stut
kolom (zn) :
pijler, pilaar, zuil
pilaar (zn) :
paal, pijler, zuil

woordverbanden van ‘pijler’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
zuil, kolom, pijler, pilaar

Zuil — kolom — pijler — pilaar. Een rechtopstaand lichaam van veel grootere lengte dan breedte. In de bouwkunde: een rechtopstaande balk van steen of hout. Eene zuil heeft meest eene ronde gedaante, terwijl eene kolom ook vierkant kan zijn; bovendien wordt zuil bij voorkeur van harde op zich zelf staande lichamen gebezigd, wat bij kolom niet het geval is. Men kan spreken van de kolommen of zuilen van een gebouw, van Dorische zuilen of kolommen, maar alleen van een vuurkolom, een kolom van water bij een hoos, de kolommen eener courant. Een pilaar of pijler dient altijd tot steun en kan alle vormen hebben. De pilaren of pijlers van eene brug.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
zuil, pilaar, pijler, kolom

ZUIL, PILAAR, PIJLER, KOLOM

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 381.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c