bron

als woordenboektrefwoord:

bron:
v. (-nen), opwelling van water uit de grond ; oorzaak.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bron (zn):
begin, kiem, oorsprong, oorzaak, origine, stam, wortel
bron (zn):
put, springader, springbron, waterbron, wel
bron (zn):
informatiebron, zegsman

als synoniem van een ander trefwoord:

oorsprong (zn) :
aanvang, ader, bakermat, begin, beginsel, bron, geboorte, genesis, grondslag, kiem, ontstaan, stam, wording, wortel, zaad
origine (zn) :
afkomst, afstamming, bron, herkomst, kiem, komaf, oorsprong, stam, wortel
haard (zn) :
brandpunt, broeinest, bron, centrum, focus, middelpunt
wel (zn) :
bron, koker, put, schacht, waterput, welput
begin (zn) :
bron, oorsprong, origine, stam, wortel
wortel (zn) :
basis, bron, oorsprong, oorzaak
ader (zn) :
bron, oorsprong, oorzaak
oorzaak (zn) :
bron, oorsprong, wortel
put (zn) :
bron, wel

woordverbanden van ‘bron’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bron, oorsprong

Bron — oorsprong. De gezamenlijke bronnen eener rivier vormen den oorsprong der rivier. Het eerste ziet meer op het ontstaan van den waterstroom, oorsprong op de herkomst van de rivier. Figuurlijk gebruikt men bron en oorsprong juist omgekeerd; het eerste voor de naaste, het tweede voor de meer verwijderde aanleiding eener zaak.

in hedendaagse spelling:
bron, wel

Bron — wel. De plaats, waar het water beneden de oppervlakte der aarde uit den grond komt, noemt men wel; de wel van eene pomp; eene opening in de aarde, waar het op natuurlijke wijze uit den bodem opwelt of ontspringt, heet bron. Bij wel denkt men meer aan een voortdurend opborrelen uit den grond, bij bron aan eene gemakkelijke gelegenheid om de vloeistof door scheppen enz. te verkrijgen. Mozes deed door een slag met zijn staf eene bron uit de steenrots ontspringen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bron, oorsprong

BRON, OORSPRONG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 417.

in hedendaagse spelling:
bron, wel

BRON, WEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 416.

in hedendaagse spelling:
wel, bron, oorsprong, oorzaak, beweegreden, drijfveer, beginsel, grond

WEL, BRON, OORSPRONG, OORZAAK, BEWEEGREDEN, DRIJFVEER, BEGINSEL, GROND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 372.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c