vlakte

als woordenboektrefwoord:

vlakte:
v. (-n), effen grond; vlakke zijde.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vlakte (zn):
laagte, uitgebreidheid, veld
vlakte (zn):
vlak

als synoniem van een ander trefwoord:

veld (zn) :
akker, beemd, bouwland, buiten, grond, land, landbouwgrond, landerijen, lap grond, platteland, vlakte, vrije natuur
niets (zn) :
ledigheid, leegheid, leegte, leemte, vacuĆ¼m, vlakte, wezenloosheid
vlak (zn) :
oppervlak, plat vlak, vlakte

woordverbanden van ‘vlakte’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

dal, vlakte, vallei

Terwijl iedere uitgestrektheid gronds, die door geen oneffenheid wordt afgebroken (een niet geaccidenteerd terrein) vlakte heet, noemt men dal en vallei een grooter of kleiner terrein tusschen de bergen. Dal wordt in den regel van eene kleinere, vallei van eene grootere vlakte tusschen bergen gelegen gebezigd. Het dal is gewoonlijk door steilere bergen ingesloten, terwijl eene vallei tusschen heuvels, of op vorderen afstand gelegen en langzaam afhellende bergen ligt. Het Ahrdal. Het dal Tempe. De Geldersche vallei.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 5:

dal, vallei, vlakte

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c