richel

als woordenboektrefwoord:

richel:
v. (-s), houtstrook.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

richel (zn):
kier, spleet
richel (zn):
vensterbank
richel (zn):
rail
richel (zn):
rand

als synoniem van een ander trefwoord:

spleet (zn) :
barst, gleuf, glip, kier, kloof, opening, reet, richel, scheur, split, tussenruimte
rand (zn) :
boord, kant, oever, richel, zoom

woordverbanden van ‘richel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

rand:
boord, zoom, kant, oever, richel, velg, lijst, kader
richel:
rand

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
rots, klip, rif, staart, rug, richel, plaat, bank, grond, droogte, zand

ROTS, KLIP, RIF, STAART, RUG, RIGCHEL, PLAAT, BANK, GROND, DROOGTE, ZAND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 312.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
tuig van de richel

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c