schil

als woordenboektrefwoord:

schil, schel:
v. (-len), bast; bolster. schilletje, schelletje, o. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

schaal (zn) :
dop, pantser, pel, schelp, schil, schild
vel (zn) :
bast, huid, pel, schil, vacht, vlies
bast (zn) :
bolster, dop, peul, schil, schors
dop (zn) :
bolster, huls, pel, peul, schil
schors (zn) :
bast, cortex, korst, schil
vel (zn) :
schil, vliesje
dop (zn) :
schaal, schil
vlies (zn) :
pel, schil
kazak (zn) :
schil
schel (zn) :
schil

woordverbanden van ‘schil’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bast:
schil
bolster:
schil
dop:
schil
kaf:
schil
korst:
schil
omhulsel:
bedekking, bedeksel, schil
schaal:
schil
schel:
schil
schil:
schaal, bast, bolster, dop, vlies, kaf, korst, schors, (om)hulsel
schors:
schil
vlies:
schil

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bast, schil, schors, bolster, dop

BAST, SCHIL, SCHORS, BOLSTER, DOP

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 208.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c