snuit

als woordenboektrefwoord:

snuit:
m. (-en), muil, bek; slurf.
snuit:
v. en o. grof vlas.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

gezicht (zn) :
aangezicht, aanschijn, bakkes, bek, blik, facie, fa├žade, fieselemie, fysiognomie, fysionomie, gelaat, gelaatsexpressie, gelaatsuitdrukking, gezichtsuitdrukking, kanis, konterfeitsel, kop, mombakkes, ponem, porem, postzegel, smikkel, smoel, smoelwerk, snoet, snufferd, snuit, toet, tronie
mond (zn) :
bakkes, bek, kaak, kakement, klep, kwebbel, laadklep, moel, mondholte, muil, scheur, smikkel, smoel, snater, snavel, snuit, tater, toot, wafel, waffel
bek (zn) :
melis, mond, muil, smikkel, smoel, snuit, toot, waffel
muil (zn) :
bek, kaak, mond, smikkel, smoel, snuit, toot

woordverbanden van ‘snuit’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bek, mond, muil, neb, smoel, snavel, sneb, snoet, snuit

Bek — mond — muil — neb — smoel — snavel — sneb — snoet — snuit. Het orgaan, Waardoor het voedsel wordt opgenomen en geluid kan worden voortgebracht. Mond heet het uitsluitend bij den mensch. Bek is de gemeenschappelijke naam, dien het bij dieren draagt. Bij dieren met spits toeloopende bekken, dus inzonderheid bij de vogels, noemt men het neb, sneb en snavel; bij verscheurende dieren en in 't algemeen bij dieren, die een grooten bek hebben, muil. De voormuil van varkens, enz. en het voorste gedeelte van den muil des olifants heeten snuit. In minachtenden zin gebruikt men voor mond in minder gekuischte taal het woord smoel, als ook het woord snoet.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c