Vertaling van 'exchange' uit het Engels naar het Nederlands

exchange (zn):
The act of putting one thing or person in the place of another:
uitwisseling, beurs, substitutie, vervanging

exchange (zn):
Reciprocal transfer of equivalent sums of money (especially the currencies of different countries)
inruil, tegenwaarde

exchange (zn):
A workplace that serves as a telecommunications facility where lines from telephones can be connected together to permit communication
centrale, devies, deviezen, telefooncentrale

exchange (zn):
A workplace for buying and selling; open only to members
beurs, beursgebouw, foor

exchange (ww):
Change over, change around, as to a new order or sequence
omwisselen, switchen

exchange (ww):
Exchange a penalty for a less severe one
wisselen

exchange (ww):
Give to, and receive from, one another
verwisselen, swap, inwisselen, omruilen, omwisselen, ruilen

exchange (ww):
Put in the place of another; switch seemingly equivalent items
vervangen

Via: Ensyns.nl

exchange (zn):
uitwisseling(en) —.
(de) Diskussion.
(de) Wechsel von Gegenständen, Personen oder Gedanken.
(fr) troc.
, beurs(en) —.
(sv) marknadsplats.
, ruil(de) Wechsel von Gegenständen, Personen oder Gedanken.
(de) Diskussion.
(fr) troc.
(de) —.
, verfanging(de) Wechsel von Gegenständen, Personen oder Gedanken.
(de) Diskussion.

exchange (ww):
ruilen(en) —.
(no) bytte eierskap.
(no) levere inn en vare.
(ru) разменивать.
, wisselen(en) —.
(de) sich wechselseitig Gleichartiges geben.
, handelen(en) —., omruilen(en) —.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken