Vertaling van 'prove' uit het Engels naar het Nederlands

prove (ww):
Establish the validity of something, as by an example, explanation or experiment
aantonen, bewijzen, hardmaken, staven, uitwijzen

prove (ww):
Increase in volume
rijzen

prove (ww):
Put to the test, as for its quality, or give experimental use to
uitwijzen, proberen, testen, toetsen, uitproberen, uittesten

prove (ww):
Be shown or be found to be
blijken

Via: Ensyns.nl

prove (ww):
bewijzen(en) —.
(de) etwas belegen: den Beweis für etwas erbringen.
(de) einen Beweis liefern, der eine Eigenschaft glaubwürdig macht.
(de) durch zulässige Schritte der Schlussfolgerung zeigen, dass eine Behauptung richtig ist.
(de) eine Vermutung oder Theorie mit Fakten begründen.
(fi) osoittaa todeksi, näyttää toteen.
(no) vise at en sats holder logisk.
(no) vise at noe er sant.
(sv) (matematiskt) göra logiskt uppenbart.
(sv) göra uppenbart.
(pl) —.
, aantonen(en) —.
(de) etwas belegen: den Beweis für etwas erbringen.
, blijken(en) —.
(fr) (Pronominal) Devenir vrai ; apparaître que ; se révéler..
, bewijs leveren(en) —., bewijzen leveren(en) —., uitwijzen(en) —., afstammen(lt) lt., beproeven(de) testen, ob etwas tatsächlich so funktioniert, wie es funktionieren soll., bevinden(it) accertare, prendere atto., constateren(it) accertare, prendere atto., op de proef stellen(de) testen, ob etwas tatsächlich so funktioniert, wie es funktionieren soll., rijzen(de) —., vaststellen(it) accertare, prendere atto., verantwoorden(de) etwas belegen: den Beweis für etwas erbringen.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken