ride (zn):
A journey in a vehicle (usually an automobile)
autorit, lift, rit, rondrit, sightseeing, toer
ride (ww):
Harass with persistent criticism or carping
martelen, hekelen, mienen, narren, sarren, tergen, treiteren, zuigen
ride (ww):
Be carried or travel on or in a vehicle
rijden, verrijden
Via: Ensyns.nl
Via: Memodata.com
N.B.: Er zijn geen WikiWoordenboek-resultaten omdat de Dbnary-server niet of niet op tijd heeft geantwoord.