Vertaling van 'upset' uit het Engels naar het Nederlands

upset (zn):
A physical condition in which there is a disturbance of normal functioning
aandoening, affectie, gebrek, gebrekkigheid, handicap, ongemak

upset (zn):
A tool used to thicken or spread metal (the end of a bar or a rivet etc.) by forging or hammering or swaging
sneedhamer

upset (zn):
The act of upsetting something
omdraaiing

upset (ww):
Cause to lose one's composure
verslaan, verwarren, verstoren

upset (ww):
Cause to overturn from an upright or normal position
omduwen, omgooien, omhalen, omkegelen, omkeilen, omkiepen, omkieperen, omknikkeren, omtrekken, omverduwen, omvergooien, omverkegelen, omverwerpen

Via: Ensyns.nl

N.B.: Er zijn geen WikiWoordenboek-resultaten omdat de Dbnary-server niet of niet op tijd heeft geantwoord.