Gratis tijdschriftabonnementen.


   

gebrek

in het woordenboek is voor gebrek 1 omschrijving gevonden:

gebrek, o. (-en), behoefte; gemis; lichamelijk ongemak; tekortkoming ; fout.

gebrek is 6 maal gevonden als trefwoord:

gebrek (zn): afwijking, defect, fout, handicap, imperfectie, kwaal, manco, mankement, ondeugd, ongemak, onvolkomenheid, onvolmaaktheid, tekortkoming, verkeerdheid, zwakheid
gebrek (zn): armoede, behoefte, behoeftigheid, deprivatie, gemis, ledigheid, mangel, nood, ontbering, ontoereikendheid, schaarsheid, schaarste, stoornis, tekort
gebrek (zn): afwezigheid, ontstentenis, uitblijven
gebrek (zn): euvel, feil, ontregeling, storing
gebrek (zn): ellende, gebrekkigheid, malheur
gebrek (zn): aandoening, kwaal, ziekte

gebrek is 26 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

fout (zn) : abuis, afwijking, defect, erratum, euvel, feil, flater, gebrek, gebrekkigheid, imperfectie, karakterfout, kemel, lapsus, mankement, ongerechtigheid, onjuistheid, onvolkomenheid, onvolmaaktheid, schuiver, tekortkoming, vergissing, weeffout
armoede (zn) : armoe, behoefte, behoeftigheid, dalles, ellende, gebrek, geldnood, indigentie, kaalheid, kommer, krot, marode, merode, miserie, nood, nooddruft, ontbering
onvolkomenheid (zn) : afwijking, defect, feil, fout, gebrek, imperfectie, mankement, ongerechtigheid, onvolledigheid, onvolmaaktheid, tekortkoming, weeffout
tekort (zn) : behoefte, deficiŽntie, deprivatie, gebrek, gemis, kort, manco, ontbreken, ontoereikendheid, schaarste, tekortkoming
aandoening (zn) : euvel, gebrek, krankheid, kwaal, ongemak, ongesteldheid, ontsteking, stoornis, ziekte
kwaad (zn) : euvel, gebrek, keerzij, keerzijde, minpunt, schaduwkant, schaduwzijde, tekortkoming
gemis (zn) : derving, gebrek, leemte, mankement, ontstentenis, tekortkoming, verlies
tekortkoming (zn) : defect, euvel, feil, fout, gebrek, mankement, onvolkomenheid, zwakheid
behoefte (zn) : gebrek, gemis, mangel, nood, noodwendigheid, tekort, verlangen, vraag
afwijking (zn) : feil, gebrek, gebrekkigheid, onvolkomenheid, onregelmatigheid
mankement (zn) : defect, euvel, feil, fout, gebrek, onvolkomenheid, tekortkoming
kwaal (zn) : aandoening, euvel, gebrek, klacht, ongemak, stoornis, ziekte
verlies (zn) : daling, derving, gebrek, gemis, nadeel, perte, schade, tekort
euvel (zn) : defect, fout, gebrek, kwaad, kwaal, mankement, tekortkoming
feil (zn) : fout, gebrek, onjuistheid, onvolkomenheid, tekortkoming
nood (zn) : behoefte, gebrek, misŤre, miserie, nooddruft, schaarste
manco (zn) : gaping, gebrek, hiaat, lacune, leegte, leemte, tekort
defect (zn) : beschadiging, feil, fout, gebrek, manco, storing
stoornis (zn) : aandoening, afwijking, gebrek, kwaal, ziekte
ongemak (zn) : aandoening, gebrek, kwaal, stoornis
malheur (zn) : gebrek, ongeluk, ongeval
mangel (zn) : behoefte, gebrek, gemis
zwakheid (zn) : fout, gebrek, zonde
handicap (zn) : gebrek, nadeel
deficiŽntie (zn) : gebrek, tekort
krimp (bn) : gebrek

woordverbanden van ‘gebrek’ grafisch weergegeven

gebrek komt 2 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: armoede, gebrek, ontbering.

Armoede ó gebrek ó ontbering. Armoede duidt den toestand van arm zijn aan; het staat dus tegenover rijkdom. Gebrek is het ontbreken of missen van bepaalde zaken, die voor het levensonderhoud noodig zijn. Ontbering drukt hetzelfde uit, doch brengt het onaangename gevoel van het gemis meer op den voorgrond. Men leeft in armoede en heeft gebrek aan het noodige. De ontbering, die de arme zich moet getroosten, maakt hem dikwijls ontevreden. Die in armoede verkeeren, lijden dikwijls gebrek en leeren ontberingen van allerlei aard kennen.

In hedendaagse spelling: gebrek, mangel.

Gebrek ó mangel. Beide woorden drukken de ontstentenis van iets aan, dat nader wordt opgegeven; mangel is verouderd en wordt alleen in deftige of in dichterlijke taal nog gehoord. Bij gebrek aan bewijs; gebrek aan geld.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

gebrek is 2 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: mangel, gebrek, gemis, ontstentenis.
MANGEL, GEBREK, GEMIS, ONTSTENTENIS.
Bron: Weiland & Landrť - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 402.

In hedendaagse spelling: kommer, jammer, ellende, armoede, behoefte, gebrek, nooddruft.
KOMMER, JAMMER, ELLENDE, ARMOEDE, BEHOEFTE, GEBREK, NOODDRUFT.
Bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 304.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

gebrek komt voor in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

gebrek aanleg, afdoend, begaafdheid, genoeg, over, overvloed, talent, teveel, toereikend, voldoende, zat

Zoeken op gebrek bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden.

Woordenboeken: WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Gebrek vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.0076858997344971 c

fonq.nl Giftfinder