Topkortingen op puzzelbladen.


   

lot

in het woordenboek zijn voor lot 3 omschrijvingen gevonden:

lot, o. (-en), aandeel in een loterij of verloting. lotje en lootje, o. (lootjes).
lot, o. twijg, jonge tak ; teen ; onzekerheid van bestemming ; noodlot.
lot, o. belasting.

lot is 6 maal gevonden als trefwoord:

lot (zn): beschikking, fatum, levenslot, lotsbeschikking, lotsbestel, lotsbestemming, noodlot, providentie, toeval, voorzienigheid
lot (zn): loot, scheut, schoot, tak, telg, uitloper, uitspruitsel
lot (zn): lootje, loterijbriefje
lot (zn): buitenkans, fortuin
lot (zn): kavel, koop, partij
lot (zn): premielot

lot is 11 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

loot (zn) : aflegger, afzetsel, ent, lot, scheut, schoot, spruit, spruitsel, stek, stekje, twijg, uitloper, uitspruitsel
partij (zn) : batch, groep, handeltje, hoeveelheid, hoop, kaveling, lot, portie, stapel, troep, verzameling, zending
bestemming (zn) : destinatie, fatum, levenslot, lot, lotsbestemming, noodlot, roeping, voorland
toeval (zn) : casus, gelijktijdigheid, geval, kans, lot, toevalligheid
schoot (zn) : loot, lot, scheut, spruit, steek, uitloper
fatum (zn) : bestemming, lot, noodlot
prijs (zn) : lot, loterijprijs
voorzienigheid (zn) : lot, providentie
noodlot (zn) : fatum, lot
beschikking (zn) : lot
koop (zn) : lot

woordverbanden van ‘lot’ grafisch weergegeven

lot komt 1 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: kiem, lot, loot, schot, spruit, telg.

Kiem — lot — loot — schot — spruit — telg. Spruit is elke uitlooper aan eene plant; wordt de uitlooper uit het zaad bedoeld, die zich niet boven den grond verheft, dan spreekt men van kiem. Verheft de uitlooper zich boven den grond, dan is spruit de algemeene naam. Bevindt zich aan eene plant een uitlooper dan noemt men hem knop, zoolang er zich nog geen bladeren ontwikkeld hebben; is hij verder uitgeschoten dan spreekt men van schot, lot of loot. St. Janslot. De jonge boomen maken nu schot. Onder loot verstaat men dat lot, dat geschikt is om er afgenomen te worden en gebezigd te worden voor de aankweeking, terwijl telg elk klein boomscheutje is; ook zulk een, dat op zich zelf staat.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

lot is 1 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: kiem, spruit, loot, lot.
KIEM, SPRUIT, LOOT, LOT.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 303.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.


Zoeken op lot bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden.

Woordenboeken: WNT (i) (ii) (iii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Lot vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.010033130645752 c