aanzijn

als woordenboektrefwoord:

aanzijn:
o. tegenwoordigheid; leven.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

leven (zn) :
aanzijn, bestaan, hachje, verblijven, vita, wonen, zijn

woordverbanden van ‘aanzijn’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanwezen, aanzijn, bestaan, leven

Aanwezen — aanzijn — bestaan — leven. Bestaan drukt uit het werkelijk wezen of zijn van iemand of iets. Aanwezen en het tegenwoordig meer gebruikt wordende, maar geheel hetzelfde beteekenende aan zijn, duiden het bestaan in de werkelijkheid van iets of iemand aan, in tegenstelling van het bloote bestaan in de gedachten. God heeft als Schepper der wereld het aanzijn gegeven, en Hij zorgt als onderhouder voor haar bestaan. Leven is het bestaan van hetgeen bewerktuigd is, doch ziet meer op de functie, die er bij verricht wordt. De kat heeft een taai leven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanwezen, aanzijn, bestaan, leven

AANWEZEN, AANZIJN, BESTAAN, LEVEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 69.

in hedendaagse spelling:
aanzijn, aanbegin, aanvang, aanvangen, aanpakken, aangrijpen, aanvatten

AANZIJN, AANBEGIN, AANVANG, AANVANGEN, AANPAKKEN, AANGRIJPEN, AANVATTEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 1.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c