afpersen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afpersen (ww):
afdreigen, ontwringen, uitzuigen
afpersen (ww):
aftroggelen, chanteren

als synoniem van een ander trefwoord:

afdwingen (ww) :
afdreigen, afpersen, forceren, ontfutselen, ontwringen
uitzuigen (ww) :
afpersen, exploiteren, uitbuiten, uitmergelen
uitpersen (ww) :
afpersen, uitbuiten, uitknijpen
pijnigen (ww) :
afpersen, dwingen
uitzuigen (ww) :
afpersen

woordverbanden van ‘afpersen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afdwingen, afpersen, afzetten

Afdwingen — afpersen — afzetten. Iemand door krachtige middelen tot het afstaan van iets bewegen. Afdwingen duidt enkel aan, dat hiertoe dwang gebezigd wordt. Afpersen is sterker, en onderstelt behalve dwang, ook overmacht. Afzetten beteekende vroeger eene daad van straatrooverij plegen, een reiziger van zijn goed berooven; thans heeft het meer de beteekenis van iemand op onwettige of onredelijke wijze noodzaken geld te geven of te veel voor iets te betalen. Bij afzetten komt een persoon voor als object, bij afdwingen en afpersen staat de persoon in den datief, de zaak in den accusatief. Iemand afzetten. Iemand een belofte, een eed afdwingen, afpersen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afdwingen, afknevelen, afpersen, ontrukken, ontweldigen, ontwringen

AFDWINGEN, AFKNEVELEN, AFPERSEN, ONTRUKKEN, ONTWELDIGEN, ONTWRINGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 100.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0014 c