fraai

als woordenboektrefwoord:

fraai:
bn. bw. (-er, -st), schoon, mooi, sierlijk.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fraai (bn):
knap, magnifiek, mooi, riant, schoon, sierlijk, smaakvol, stijlvol, welgevormd
fraai (bw):
netjes

als synoniem van een ander trefwoord:

prachtig (bn) :
eindeloos, fantastisch, fraai, geweldig, groots, heerlijk, kostelijk, luisterrijk, magnifiek, mooi, moorddadig, oogverblindend, schitterend, schoon, splendide, subliem, superbe, verrukkelijk, voortreffelijk, wondermooi
sierlijk (bn) :
bekoorlijk, bevallig, chic, elegant, fijn, fijntjes, fraai, gracieus, keurig, knap, koket, mooi, net, slank, stijlvol, zwierig
stijlvol (bn) :
artistiek, chic, elegant, esthetisch, fraai, geraffineerd, modieus, mooi, smaakvol, zwierig
knap (bn) :
aantrekkelijk, bevallig, fraai, mooi, schitterend, sprankelend, welgevormd
schoon (bn) :
beeldig, esthetisch, fraai, knap, magnifiek, mooi, prachtig, smaakvol
mooi (bn) :
bevallig, fraai, knap, prachtig, schoon, welgemaakt, welgevormd
artistiek (bn) :
fantasierijk, fraai, smaakvol, stijlvol

woordverbanden van ‘fraai’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
fraai, bevallig, hups, knap, mooi, schoon

Fraai — bevallig — hupsch — knap — mooi — schoon. Aangenaam voor het oog. Mooi is het algemeene woord, dat in de spreektaal het vroeger meer gebruikte schoon geheel heeft verdrongen. Het wordt van alles gezegd, wat ons oog of oor aangenaam aandoet, en kan de andere woorden vervangen. In de schrijftaal verdringt het thans ook schoon, dat de beteekenis heeft van overeenkomend met of voldoende aan de eischen der schoonheidsleer. Fraai, dat in de spreektaal niet meer voorkomt, beteekent sierlijk: fraai schrift. Bevallig wordt vooral gezegd van iemand of iets, dat treft door aangename en sierlijke vormen: eene bevallige danseres. Hupsch, thans alleen gebruikelijk in den zin van: aardig in den omgang, beteekende vroeger ook schoon, vroolijk, aardig: een hupsche jonge man. Knap, eig. nauwsluitend, en vervolgens netjes, welgevormd, wordt vooral van personen gezegd. Eene knappe vrouw.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
getooid, opgesmukt, versierd, fraai, mooi, kostelijk, prachtig, groots, weids, heerlijk, vorstelijk, koninklijk

GETOOID, OPGESMUKT, VERSIERD, FRAAI, MOOI, KOSTELIJK, PRACHTIG, GROOTSCH, WEIDSCH, HEERLIJK, VORSTELIJK, KONINKLIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 157.

in hedendaagse spelling:
mooi, schoon, fraai, lief, aardig, hups

MOOI, SCHOON, FRAAI, LIEF, AARDIG, HUPSCH

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 443.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

fraai
lelijk

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

Er is mogelijk een probleem met je verbinding
Je verbinding lijkt niet op die van een normale eindgebruiker, maar op die van een datacentrum. De gegevens op deze website zijn bedoeld om te raadplegen met een webbrowser door individuele gebruikers. Het is niet toegestaan om zonder toestemming scripts of andere hulpmiddelen te gebruiken om gegevens op de site automatisch te downloaden, voor welk doeleinde dan ook.

Om de website voor iedereen bereikbaar te houden, kunnen zulke verbindingen sterk worden vertraagd of in het ergste geval zelfs geheel geblokkeerd. Heb je de indruk dat je verbinding hier ten onrechte als een datacentrum-verbinding wordt aangemerkt, laat het dan weten. Vermeld daarbij graag je IP-adres: 3.236.15.142.

debug info: 0.002 c